· Overig · Officiële Spelregels Volleybal
Momenteel moeten deze regels nog in een mooiere layout gegoten worden maar alle teksten zijn aanwezig. Als u wat zoekt kunt u het beste met ctrl-f een zoekvenster openen waarin u het woord typt. Ook de inhoudsopgave bovenaan geeft een goed beeld van de indeling.
NEDERLANDSE VOLLEYBAL BOND
OFFICI�LE VOLLEYBAL SPELREGELS 2005-2008
DEEL 1 Het Spel
Hoofdstuk 1 Speelruimte en voorzieningen
- Regel 1 Speelruimte
- 1.1 Afmetingen
- 1.2 Speelvloer
- 1.3 Belijning
- 1.4 Zones & ruimtes
- 1.5 Temperatuur
- 1.6 Verlichting
- Regel 2 Net en palen
- 2.1 Hoogte van het net
- 2.2 Samenstelling
- 2.3 Zijbanden
- 2.4 Antennes
- 2.5 Palen
- 2.6 Aanvullende uitrusting
- Regel 3 Ballen
- 3.1 Normen
- 3.2 Gelijkheid van de ballen
- 3.3 Drie-ballen-systeem
Hoofdstuk 2 Deelnemers
- Regel 4 Ploegen
- 4.1 Samenstelling van de ploeg
- 4.2 Plaats van de ploeg
- 4.3 Uitrusting
- 4.4 Veranderingen van uitrusting
- 4.5 Verboden voorwerpen
- Regel 5 Ploegleiders
- 5.1 Aanvoerder
- 5.2 Coach
- 5.3 Assistent-coach
Hoofdstuk 3 Wijze van spelen
- Regel 6 Behalen van een punt, winnen van een set en winnen van de wedstrijd
- 6.1 Behalen van een punt
- 6.2 Winnen van een set
- 6.3 Winnen van de wedstrijd
- 6.4 In gebreke stellen en onvolledige ploeg
- Regel 7 Opbouw van het spel
- 7.1 Toss
- 7.2 Inspelen aan het net
- 7.3 Beginopstelling van de ploeg
- 7.4 Opstelling
- 7.5 Opstellingsfout
- 7.6 Doordraaien
- 7.7 Fout bij het doordraaien
Hoofdstuk 4 Speelhandelingen
- Regel 8 Situaties bij het spelen
- 8.1 Bal in het spel
- 8.2 Bal uit het spel
- 8.3 Bal �in�
- 8.4 Bal �uit�
- Regel 9 Spelen van de bal
- 9.1 Aanrakingen door de ploeg
- 9.2 Aard van de aanrakingen
- 9.3 Fouten bij het spelen van de bal
- Regel 10 Bal bij het net
- 10.1 Bal passeert het net
- 10.2 Bal raakt het net
- 10.3 Bal in het net
- Regel 11 Speler bij het net
- 11.1 Over het net heen reiken
- 11.2 Onder het net doorkomen
- 11.3 Aanraken van het net
- 11.4 Fouten van een speler bij het net
- Regel 12 Opslag
- 12.1 Eerste opslag in een set
- 12.2 Opslagvolgorde
- 12.3 Toestemming voor de opslag
- 12.4 Uitvoeren van de opslag
- 12.5 Schermen
- 12.6 Fouten tijdens / bij de opslag
- 12.7 Fouten na de opslag en opstellingsfouten
- Regel 13 Aanvalsslag
- 13.1 Aanvalsslag
- 13.2 Beperkingen bij de aanvalsslag
- 13.3 Fouten bij de aanvalsslag
- Regel 14 Blok
- 14.1 Blokkeren
- 14.2 Aanraken van de bal bij het blokkeren
- 14.3 Over het net heen blokkeren
- 14.4 Blok en aanrakingen door de ploeg
- 14.5 Blokkeren van de opslag
- 14.6 Fouten bij het blokkeren
Hoofdstuk 5 Spelonderbrekingen en spelophouden
- Regel 15 Reglementaire spelonderbrekingen
- 15.1 Aantal reglementaire spelonderbrekingen
- 15.2 Aanvragen van reglementaire spelonderbrekingen
- 15.3 Volgorde van onderbrekingen
- 15.4 Time-outs en technische time-outs
- 15.5 Spelerswissels
- 15.6 Beperkingen van het aantal spelerswissels
- 15.7 Uitzonderlijke spelerswissels
- 15.8 Spelerswissel bij �uit het veld sturen� of diskwalificatie
- 15.9 Onreglementaire spelerswissel
- 15.10 Procedure bij een spelerswissel
- 15.11 Onjuiste verzoeken
- Regel 16 Spelophouden
- 16.1 Vormen van spelophouden
- 16.2 Maatregelen bij spelophouden
- Regel 17 Uitzonderlijke spelonderbrekingen
- 17.1 Blessure
- 17.2 Be�nvloeding van buitenaf
- 17.3 Langdurende onderbrekingen
- Regel 18 Pauzes en wisselen van speelhelft
- 18.1 Pauzes
- 18.2 Wisselen van speelhelft
Hoofdstuk 6 De Libero
- Regel 19 De Libero
- 19.1 Aanwijzing van de Libero
- 19.2 Uitrusting
- 19.3 Acties waarbij een Libero betrokken is
Hoofdstuk 7 Gedrag van de deelnemers
- Regel 20 Voorschriften voor het gedrag
- 20.1 Sportief gedrag
- 20.2 Fair play
- Regel 21 Wangedrag en bijbehorende maatregelen
- 21.1 Misdragingen
- 21.2 Wangedrag dat leidt tot maatregelen
- 21.3 Tabel van maatregelen
- 21.4 Toepassing van maatregelen
- 21.5 Wangedrag v��r en tussen de sets
- 21.6 Gebruik gele en rode kaart
Deel 2 De scheidsrechters, hun verantwoordelijkheden & offici�le tekens
- Regel 22 Scheidsrechterskorps en procedures
- 22.1 Samenstelling
- 22.2 Procedures
- Regel 23 Eerste scheidsrechter
- 23.1 Plaats
- 23.2 Bevoegdheden
- 23.3 Verantwoordelijkheden
- Regel 24 Tweede scheidsrechter
- 24.1 Plaats
- 24.2 Bevoegdheden
- 24.3 Verantwoordelijkheden
- Regel 25 Teller
- 25.1 Plaats
- 25.2 Verantwoordelijkheden
- Regel 26 Assistent-teller
- 26.1 Plaats
- 26.2 Verantwoordelijkheden
- Regel 27 Lijnrechters
- 27.1 Plaats
- 27.2 Verantwoordelijkheden
- Regel 28 Offici�le tekens
- 28.1 Tekens met de hand gegeven door de scheidsrechters (tekening 11)
- 28.2 Tekens met de vlag gegeven door de lijnrechters (tekening 12)
Deel 4 WEDSTRIJDPROTOCOL
Voorwoord
Voor U ligt alweer de 31e uitgave van de spelregels. In deze spelregels zijn alle wijzigingen en aanpassingen
opgenomen die sinds september 2000 zijn doorgevoerd door zowel de FIVB als door de werkgroep Spelregels van de NeVoBo.De spelregels zijn internationaal en gelden voor alle
wedstrijden in Nederland. Evenals in de vorige uitgave zijn ook nu weer de commentaren bij de betreffende spelregel opgenomen. De inhoud van de commentaren moet voor alle
wedstrijden in Nederland als integraal onderdeel van de spelregels worden aangemerkt. Verder is in een aparte kolom een verwijzing opgenomen naar een
relevante spelregel en/of tekening.Regio�s die willen afwijken van de spelregels voor de klassen die niet onder de regels van de volleybal bond vallen [alle klassen in de regio met
uitzondering van de nationale competitie en de drie hoogste klassen van de Regio en de top jeugdklassen (A-jeugd)] dienen hiertoe een verzoek te richten
aan de Sector Competitie van de NeVoBo.In deze uitgave van de �Offici�le spelregels volleybal 2005-2008� zijn tevens de offici�le spelregels zitvolleybal opgenomen.Overal waar in deze uitgave gesproken wordt over speler,
spelers, teller, tellers, hij, hem, scheidsrechter, enz. wordt ook het vrouwelijke equivalent bedoeld.Alle vorige uitgaven van de spelregels komen hiermee te
vervallen.Nederlandse Volleybal Bond
Sector Competitie
Commissie Arbitrage
Werkgroep Spelregels
DEEL 1 HET SPEL
Hoofdstuk 1 Speelruimte en voorzieningen
1 SPEELRUIMTE
De speelruimte omvat het speelveld en de vrije zone. Zij moet
rechthoekig en symmetrisch zijn.
Commentaar:
- Bij reglement
worden voor wedstrijden in de nationale
competitie de eisen voor de speelruimte voor elk niveau
vastgesteld. - De speelruimte
moet door de daartoe bevoegde NeVoBo instantieworden goedgekeurd.
- Voor de
nationale competitie is de Sector Competitiegerechtigd bepaalde dispensaties te verlenen. Deze dispensaties worden schriftelijk aan de betreffende verenigingen medegedeeld. Jaarlijks wordt bovendien een overzicht van de verleende dispensaties gepubliceerd.
1.1 AFMETINGENHet speelveld is rechthoekig, 18m bij 9m groot, met rondom
een vrije zone van tenminste 3m breedte. De vrije speelruimte is de ruimte boven het speelterrein, die
vrij van enig obstakel is. Zij moet, gemeten vanaf de vloer,
tenminste 7m hoog zijn.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
moet de vrije zone naast de zijlijnen tenminste 5m breed en die
achter de achterlijnen tenminste 8m breed zijn. De vrije speelruimte, gemeten vanaf de vloer, moet tenminste 12,5m vrij van enig
obstakel zijn.
Commentaar:
- Behoudens
dispensatie geldt in de Nederlandse competitiesvoor de vrije zone rond het speelveld:
- eredivisie
tenminste 5m; - nationale
competitie tenminste 2m, met dien verstande datals de zaalsituatie dat mogelijk maakt 3m wordt
aangehouden.
- eredivisie
- De vrije zone
eindigt v��r de spelersbanken cq. dereclameborden voor de spelersbanken. De spelersbanken cq.
de reclameborden voor de spelersbanken begrenzen de vrije
zone te allen tijde. Ook in het geval de ruimte minder is dan de
voorgeschreven minimale afmeting.
- De
spelersbanken staan dus altijd buiten de vrije zone. Het isderhalve ook niet toegestaan voor de spelersbanken tassen of
flessen water te hebben staan gedurende de wedstrijd, tenzij de
vrije zone begrenst wordt door de reclameborden voor de
spelersbanken.
- De
voorgeschreven vrije hoogte geldt zowel voor het eigenlijkespeelveld als voor de minimaal verplichte vrije zone.
- In de praktijk
moet worden gewoekerd met de beschikbarezaalruimte. Het voorschrift dat de vrije zone rondom het
speelveld symmetrisch moet zijn, zal dus in de praktijk
nauwelijks invloed hebben op de zaalgoedkeuring door de
betreffende instanties, met als uitzondering mogelijk in de top
van de competitie.
- Bij jeugd-C
wedstrijden is het speelveld 14m lang en 9m breed.
1.2 SPEELVLOERDe speelvloer moet vlak, horizontaal en gelijkmatig zijn. Hij
mag geen enkel gevaar voor blessures opleveren. Het is
verboden op ruwe of gladde vloeren te spelen.
Voor de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
is alleen een vloer van hout of kunststof toegestaan. Iedere vloer moet vooraf door de FIVB zijn goedgekeurd.
Commentaar:
- Schoonmaken van
de speelvloer.
Het belangrijkste doel van de huidige procedure die gevolgd
wordt heeft te maken met de veiligheid van de spelers en om
een natuurlijke voortgang in de wedstrijd te verzekeren. Er
wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen de eredivisie en
de overige divisies en hoogste klassen van de regio. De
procedure voor de eredivisie wordt besproken in de manual, in
de overige divisies en klassen is het gebruikelijk dat een
handdoek om de vloer droog te maken aanwezig is bij de
tellerstafel, waarvan de ploegen op aangeven van de
scheidsrechter gebruik kunnen maken.
In zalen moet het oppervlak van de speelvloer licht van kleur
zijn.
Voor de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB moeten de lijnen wit van kleur zijn. Het speelveld en de vrije
zone moeten andere kleuren, die onderling verschillen, hebben.
Voor speelvelden buiten is voor de afwatering een
hoogteverloop van 5mm per meter toegestaan.
Markeringslijnen van hard materiaal zijn verboden.1.3 BELIJNINGAlle lijnen zijn 5cm breed. Zij moeten licht van kleur zijn en
een andere kleur hebben dan de vloer en eventuele andere
lijnen.
Commentaar:
- Indien de
situatie dat noodzakelijk maakt zijn lijnen met om en
om verschillende kleuren, contrasterend met de kleur van de
speelvloer, toegestaan.
Grenslijnen.
Twee zijlijnen en twee achterlijnen begrenzen het speelveld.
Deze zij- en achterlijnen behoren tot het speelveld.Middenlijn.
De as van de middenlijn verdeelt het speelveld in twee gelijke
delen van 9m bij 9m. De middenlijn loopt onder het net van de
ene tot de andere zijlijn.
Commentaar:
- De middenlijn
geldt voor beide speelhelften.
Aanvalslijn.
Op iedere speelhelft geeft een aanvalslijn, die op een afstand
van 3m van de as van de middenlijn wordt getrokken, de
voorzone aan.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
wordt de aanvalslijn verlengd door het toevoegen van streeplijnen
vanaf de zijlijnen. Deze streeplijnen bestaan uit vijf lijntjes van
5cm bij 15cm. Ze hebben een onderlinge afstand van 20cm en zijn doorgetrokken tot een totale lengte van 1,75m. Het eerste
lijntje staat op een afstand van 20cm van de zijlijn, in het verlengde
van de 3m lijn.
Commentaar:
- Deze regel
geldt ook voor de eredivisie.
1.4 ZONES & RUIMTESVoorzone.
Op iedere speelhelft wordt de voorzone begrensd door de as
van de middenlijn en de op 3m afstand daarvan getrokken
aanvalslijn.
De voorzone wordt geacht buiten de zijlijnen tot aan de grens
van de vrije zone door te lopen.Opslagzone.
De opslagzone is een 9m brede strook achter de achterlijn.
De opslagzone wordt zijdelings begrensd door twee lijntjes, elk
15cm lang en, in het verlengde van de zijlijnen, op 20cm
afstand van de achterlijn getrokken. De beide lijntjes vallen
binnen de breedte van de zone.
De opslagzone loopt in diepte door tot aan het eind van de vrije
zone.
Commentaar:
- De opslagzone
loopt in diepte niet oneindig door, maar slechtstot het eind van de vrije zone achter de betreffende achterlijn.
Staat achter het veld bijvoorbeeld een rij reclameborden, die
bijde opslagzone is onderbroken, dan mag de opslag dus niet van
achter het denkbeeldig verlengde van deze rij borden worden
genomen. De serveerder moet bij zijn positie kiezen hiermee
rekening houden.
- Is (met
dispensatie) voor de opslagzone achter de achterlijnminder dan 2m beschikbaar, dan moet, alleen aan de kant(en)
waar dat nodig is, een obstakelvrije hulpopslagzone met een
diepte van 2m, gemeten vanaf de muur enz., over de gehele
breedte van het veld worden gerealiseerd. De hulpopslaglijn
moet evenwijdig aan de achterlijn worden getrokken, zodanig
dat overal een obstakelvrije opslagzone van tenminste 2m
diepte beschikbaar is. Als de muur, scheidingswand, tribune,
etc. achter het speelveld niet evenwijdig aan deze achterlijn
loopt, gebogen of onderbroken is of iets dergelijks wordt de
hulpopslaglijn dus niet evenwijdig aan dit obstakel getrokken.
Een eventuele hulpopslaglijn is de nieuwe achterlijn t.b.v. de
opslag, niet van het spel.
Binnen deze hulpopslagzone mag de serveerder dan vrijelijk, op
de door hem gekozen wijze, de opslag uitvoeren. Het geven van
de aanwijzing dat de serveerder in een dergelijke situatie in
verband met de te ondiepe opslagzone eventueel met ��n voet
op of over de achterlijn mag staan is dus niet toegestaan
(regel 12).
- Als, ter
bescherming van de vloer, naast of achter het speelveldeen losse loper is neergelegd, dan loopt de vrije zone (dus ook
de opslagzone) niet tot op maar slechts tot aan die loper door.
De opslag mag derhalve niet vanaf die loper worden genomen
(regel 12).
Aanlopen vanaf die loper mag in de Nederlandse competitie wel indien de vrije ruimte minder dan 3m bedraagt (regel 1.1).
Zone voor de spelerswissel.
De zone voor de spelerswissel strekt zich uit tussen de
denkbeeldig verlengde aanvalslijnen en de tellerstafel.Opwarmruimte.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB bevinden de opwarmruimtes, groot ongeveer 3m bij 3m, zich in de
hoeken aan de bankzijde van het veld, buiten de vrije zone.Commentaar.
- Het is
raadzaam, alhoewel in de Nederlandse competitie (m.u.v.
de eredivisie) geen sprake is van een opwarmruimte,
voorafgaande aan een wedstrijd te bepalen waar in de zaal de
spelers zich kunnen "opwarmen". Dit voorkomt
discussies als
staan op de bank en hangen achter de coach ( regel 4.2.3.).
Strafruimte.De strafruimtes, groot ongeveer 1m bij 1m, bevinden zich
achter de spelersbanken in het verlengde van de achterlijn
(tekening 1). Zij worden begrensd door een 5cm brede rode lijn.
In deze ruimte worden twee stoelen geplaatst.
Commentaar:
� Het is
raadzaam, alhoewel in de Nederlandse competitie
(m.u.v. de eredivisie) geen sprake is van een strafruimte,
voorafgaande aan een wedstrijd te bepalen dat de strafruimte
gevormd wordt door de laatste vrije plaats op de spelersbank.
Indien noodzakelijk twee extra stoelen laten plaatsen.
1.5 TEMPERATUURDe temperatuur mag niet lager zijn dan 10�C
(50�F).
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
mag de temperatuur niet hoger zijn dan 25�C
(77�F)
en niet lager dan 16�C
(61�F).
1.6 VERLICHTING
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
moet, gemeten 1m boven de vloer, de verlichtingssterkte in de
speelruimte 1000 tot 1500 lux zijn.
Commentaar.
� Voor de
nationale competities geldt dat de verlichtingssterkte in
de speelruimte gemeten 1m boven de speelvloer in de eredivisie
minimaal 500 lux zijn en voor de overige klassen minimaal 350
lux moet zijn.
HOOGTE VAN HET NETVerticaal boven de middenlijn is een net geplaatst. De hoogte
hiervan is 2,43m voor heren en 2,24m voor dames.
Commentaar.
� Voor
jeugdploegen zijn de nethoogten:
o jeugd-A jongens:
2,43m meisjes: 2,24m
o jeugd-B jongens:
2,24m meisjes: 2,15m
o jeugd-C jongens:
2,05m meisjes: 2,05m
o jeugd-D jongens:
2,05m meisjes: 2,05m
o jeugd-E jongens:
2,05m meisjes: 2,05m.
1.3.3september 2005 Pagina 11 van 86
Regel zie ook:2.1.2 De hoogte van het net wordt in het midden van het
speelveld
gemeten. Boven de twee zijlijnen moet de hoogte precies gelijk
zijn, maar mag niet meer dan 2 cm boven de reglementaire
hoogte uitkomen.
2.2 SAMENSTELLING
� Het net, 1m breed
en 9.50 tot 10m lang (met 25 tot 50cm
ruimte aan iedere buitenkant van de zijbanden). De
vierkante mazen, vervaardigd van zwart materiaal, hebben
zijden van 10cm (tekening 3).
� Aan de bovenzijde
is een horizontale dubbelgevouwen witlinnen
band 7cm breed over de gehele lengte vastgenaaid,
aangebracht. In deze band is, om het net aan de palen te
bevestigen en de bovenkant ervan gespannen te houden,
een soepele staaldraad aangebracht. Aan de beide
uiteinden van de band loopt door een opening een koord
om de band aan de palen te bevestigen en de bovenkant
van het net gespannen te houden.
� Aan de onderzijde
is een horizontale dubbelgevouwen witlinnen
band 5cm breed over de gehele lengte vastgenaaid,
aangebracht.
� Door de
onderzijde van het net loopt voor de bevestiging
aan de palen en om het benedendeel van het net
gespannen te houden een door de mazen gevlochten
koord.
Commentaar.
� Op de witte
boven- en onderrand van het net mag reclame zijn
aangebracht.
� Een houten stok
aan de zijkanten van het net is niet langer
toegestaan.
� In de hal
moeten een reservenet en reserve antennes
aanwezig zijn.
� Indien ��n
(of meer) van de mazen van het net gescheurd is
(zijn), mag er niet worden gespeeld.
2.3 ZIJBANDENTwee witte banden zijn verticaal en recht boven elke zijlijn aan
het net aangebracht.
Zij zijn 5cm breed en 1m lang en worden geacht deel uit te
maken van het net.
2.4 ANTENNES
� Een antenne is
een buigzame staaf, 1,80m lang en met een
diameter van 10mm, vervaardigd van glasfiber of
vergelijkbaar materiaal.
� Aan de buitenkant
van elke zijband is, om en om tegen het
net, een antenne bevestigd.
� Elke antenne
steekt 80cm boven het net uit en is uitgevoerd
in met elkaar contrasterende kleurstroken (bij voorkeur
rood en wit) van 10cm.
� De antennes, die
beschouwd worden deel uit te maken van
het net, begrenzen zijdelings de passeerruimte.
Commentaar:
� De antenne moet
aan de buitenzijde van de zijbanden worden
aangebracht, niet in het midden van de zijband
Regel zie ook:2.5
PALENDe palen die het net dragen zijn op een afstand van 0,50m tot
1.00m buiten de zijlijnen geplaatst. Zij zijn 2,55m hoog en bij
voorkeur verstelbaar.
Bij wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
moeten de netpalen 1m buiten de zijlijnen worden geplaatst, tenzij
anders met de FIVB is overeengekomen.
De palen hebben afgeronde hoeken, zijn glad en worden
zonder spandraden aan de grond bevestigd. Zij mogen geen
gevaarlijke of hinderlijke onderdelen hebben.
2.6 AANVULLENDE UITRUSTING
De aanvullende uitrusting wordt bepaald door de reglementen van de FIVB.
3 BALLEN
3.1 NORMENDe bal moet rond zijn. De buitenbal moet gemaakt zijn van
soepel leer of synthetisch leer, de binnenbal van rubber of
vergelijkbaar materiaal. In offici�le internationale
wedstrijden
moet, indien synthetisch materiaal wordt gebruikt, dit v��r
gebruik worden goedgekeurd door de FIVB.
� kleur : egaal en
licht �f een kleurencombinatie
toegestaan door de FIVB;
� omtrek : 65 tot
67 cm;
� gewicht : 260 tot
280 gram;
� spanning : 0,30
tot 0,325 kg/cm2 (4.26
tot 4.61 psi)
(294,3 - 318,82 mbar of hPa).
Commentaar.
� In de
Nederlandse competitie geldt de goedkeuring door de
NeVoBo; een lijst met goedgekeurde ballen wordt regelmatig
gepubliceerd.
� Het controleren
van de balspanning met een spanningsmeter is
in de Nederlandse competitie alleen in geval van een bindende
richtlijn verplicht.
� De bal is voor
de wedstrijd door de scheidsrechter gekeurd. Als
in de loop van het spel blijkt dat er met een andere bal is
opgeslagen, mag, als een ploeg hierover reclameert, de laatste
opslag en dus ook de daarop volgende rally ongeldig worden
verklaard. In principe geen andere sancties, dus ook geen
maatregel met meer terugwerkende kracht.
� De
thuisspelende ploeg in de eredivisie dient vijf
wedstrijdballen ter beschikking te stellen.
3.2 GELIJKHEID VAN DE BALLENAlle ballen, die bij een wedstrijd worden gebruikt, moeten voor
wat betreft omtrek, gewicht, spanning, type, kleur e.d. gelijk
zijn.
Bij de wereldkampioenschappen, de continentale kampioenschappen, de nationale kampioenschappen, moet worden
gespeeld met ballen die door de FIVB zijn goedgekeurd, tenzij anders met de FIVB is
overeengekomen.
3.3 DRIE-BALLEN SYSTEEM
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB moeten drie ballen worden gebruikt. Hiertoe zijn zes
ballenkinderen aanwezig; ��n in elke hoek van de vrije zone en ��n achter
elke scheidsrechter.
Commentaar.
� In de
eredivisie is het 3-ballen-systeem verplicht. In de lagere
divisies is het 3-ballen-systeem na dispensatie toegestaan.
� In het
nationale bekertoernooi is het 3-ballen-systeem slechts
toegestaan indien beide ploegen uit de eredivisie komen of
daarvoor dispensatie hebben gekregen van de Sector
Competitie.Hoofdstuk 2 Deelnemers
4 PLOEGEN
4.1
SAMENSTELLINGEen ploeg mag bestaan uit ten hoogste twaalf spelers, een
coach, een assistent-coach, een verzorger en een arts.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
moet de arts tevoren door de FIVB middels een licentie zijn erkend.
Commentaar.
� De coach en de
aanvoerder zijn verantwoordelijk voor de
identiteit en de speelgerechtigheid van de spelers, zowel wat
betreft hun naam als hun nummer. Zij bekrachtigen dit door hun
handtekening voorafgaande aan de wedstrijd op het
wedstrijdformulier.
� De naam van de
assistent-coach behoeft (m.u.v. de eredivisie)
niet voor de wedstrijd op het wedstrijdformulier te worden
genoteerd. Omdat hij in de wedstrijd een functie (nl. die van
coach) mag gaan vervullen en op de spelersbank mag gaan
zitten, moet hij wel aan de eerste scheidsrechter bekend worden
gemaakt.
� In de nationale
competitie moet van de ploegbegeleiding de
coach te allen tijde lid van de NeVoBo zijn. Voor de overige
begeleiders geldt deze verplichting niet (m.u.v. de eredivisie).
� In de
Nederlandse competitie mogen maximaal vier personen
van het begleidingsteam op de bank zitten (uitgezonderd de
spelers).
E�n van de spelers (niet de Libero) treedt op als offici�le
aanvoerder en moet als zodanig op het wedstrijdformulier
worden vermeld.
Alleen de spelers, die op het wedstrijdformulier zijn vermeld,
mogen het speelveld betreden en de wedstrijd spelen. Na
ondertekening van het wedstrijdformulier door de coach en de
aanvoerder mag de samenstelling van de ploeg niet meer
worden gewijzigd.
Commentaar.
� Speelgerechtigdheid
in de zin van wie wel en wie niet als
speler op het wedstrijdformulier mogen worden genoteerd is
een zaak van de reglementen, niet van de spelregels.
Bezwaren in dit verband moeten dus aanhangig worden
gemaakt bij de wedstrijdorganisatie, niet bij de Nationale
Straf-,
Protest- en Beroepscommissie.
� Alleen personen
die daadwerkelijk als basis- of wisselspeler
aan het spel kunnen deelnemen, kunnen als "speler"
worden
beschouwd. Iemand van wie v��r de wedstrijd al vast staat dat
hij - bijv. wegens een gipsverband - zonodig toch niet als
wisselspeler kan optreden, mag dus niet als speler op het
wedstrijdformulier worden geregistreerd en mag tijdens de
wedstrijd ook niet op de spelersbank gaan zitten.Uiteraard kan
hij wel als coach, assistent-coach of verzorger fungeren.
� Iemand die niet
op het wedstrijdformulier staat, is niet
gerechtigd aan het spel deel te nemen. Iemand die wel op het
wedstrijdformulier is genoteerd, maar bij het begin van de
wedstrijd nog niet aanwezig is, mag pas aan het spel
deelnemen nadat hij tussen de sets in "aanwezig" is
gemeld en
hierbij voor hem de controle persoon-kaart-wedstrijdformulier
heeft plaatsgevonden.
Een aanvraag voor een spelerswissel waarbij deze speler is
betrokken, moet worden aangemerkt als een aanvraag voor een
"onreglementaire" spelerswissel en dus in
overeenstemming
met regel 16.2 ("spelophouden")worden bestraft.
� Is iemand die
niet op het wedstrijdformulier is genoteerd op
enigerlei wijze reeds als speler in het veld gekomen, dan moet
de scheidsrechter hiertegen overeenkomstig regel 15.9.2
optreden.
Het bovenstaande geldt ook als het een spelerswissel betreft die
in verband met een blessure nodig zou zijn.
� Het is niet
toegestaan de naam van een speler op het
wedstrijdformulier bij te schrijven nadat dit formulier door de
scheidsrechter is gecontroleerd en een streep is gezet door de
vrije ruimte.
� Een later
binnenkomende coach mag pas als zodanig optreden
nadat tussen twee sets is gecontroleerd dat zijn naam op het
wedstrijdformulier staat en (in de nationale competitie) dat hij
lid
van de NeVoBo is.
� Een
assistent-coach behoeft in de nationale competitie
(uitgezonderd de eredivisie) pas aan te tonen dat hij NeVoBo-lid
is zodra hij coach wordt.
� Met name in de
lagere klassen komt het soms voor dat een
vereniging iemand die op veld A meespeelt of reserve is, achter
de hand wil houden als (wissel)speler bij de wedstrijd op veld B
en zodoende beide ploegen compleet wil krijgen of houden. De
spelregels gaan er echter van uit, dat tijdens een wedstrijd
alle
(wissel)spelers op of nabij het speelveld blijven en dus in
feite
slechts bij 1 wedstrijd effectief betrokken kunnen zijn, met
andere woorden: onder de jurisdictie van die scheidsrechter zijn
en blijven. Wil een speler voor een sanitaire stop of andere
reden even naar de kleedkamer, dan mag dat. Hij behoeft dat
niet te vragen aan ��n van beide scheidsrechters. Betrokkene
moet direct daarna terugkomen.
� Voor het
probleem van de speler die men eigenlijk graag op
meer dan 1veld zou willen inzetten, is er (hoewel een dergelijke
situatie eigenlijk minder wenselijk is) een praktisch oplossing:
o De naam van de
betreffende speler wordt tijdig op de
wedstrijdformulieren van beide wedstrijden genoteerd.
o Hij is aanwezig
op veld A. Daar wordt zijn kaart
gecontroleerd zodat hij zonder meer in die wedstrijd mee mag spelen.
o Is hij bij de
andere wedstrijd nodig, dan moet hij op veld A
worden afgemeld.
o Hij gaat naar
veld B en wordt daar voor het begin van de 1e
set, of tussen twee sets in, aanwezig gemeld waarbij de
kaartcontrole kan plaatsvinden. Hierna mag hij bij die
wedstrijd op veld B worden ingezet.
o Weer teruggaan
naar veld A, om daar kortere of langere tijd
te gaan meespelen, is niet meer toegestaan. Pendelen
tussen twee wedstrijden mag dus niet. Het weggaan bij
wedstrijd A houdt in wezen in: daar niet meer meespelen.
� Een kennelijke
schrijffout bij het noteren van de spelers op het
wedstrijdformulier mag achteraf, zonder gevolgen, worden
hersteld.
� De Bondsraad
heeft voorschriften vastgesteld met betrekking
tot het zich kunnen legitimeren door coaches in de nationale
competitie. Op regioniveau is dit een zaak van de
regioreglementen.
4.2
PLAATS VAN DE PLOEGDe spelers die niet aan het spel deelnemen moeten op hun
spelersbank zitten of in hun opwarmruimte zijn. De coach
en de andere leden van de ploeg moeten op hun spelersbank
zitten, maar mogen deze tijdelijk verlaten.
De spelersbanken staan buiten de vrije zone naast de
tellerstafel.
Alleen de leden van de ploeg mogen tijdens de wedstrijd op de
spelersbank zitten en aan de opwarmactiviteiten deelnemen.
De spelers die niet aan het spel deelnemen mogen zich -
zonder daarbij ballen te gebruiken:
tijdens het spel warm maken in hun opwarmruimte
tijdens time-outs warm maken in de vrije zone achter het
speelveld
Commentaar.
� De
wedstrijdballen mogen in de pauzes NIET gebruikt
worden voor het zich warm maken.
� regel 1.4.4.;
het zich warm maken van wisselspelers moet
door de scheidsrechters kunnen worden gecontroleerd en
moet voor hen dus waarneembaar blijven. Warm maken in een
andere zaal, achter een veldafscheiding of iets dergelijks, is
dus niet toegestaan.
� Is het warm
maken niet binnen de minimaal verplichte vrije
zone mogelijk, dan moet de scheidsrechter situatief bezien
waar dit dan het minst hinderlijk kan geschieden. Het warm
maken tijdens een set geheel verbieden is, in verband met de
kans op het ontstaan van blessures, ongewenst. Alleen in extreme gevallen zal de scheidsrechter het dus helemaal
verbieden.
In de pauzes tussen de sets mogen de spelers zich warm
maken met volleyballen in de vrije zone.4.3 DE UITRUSTINGDe kleding van de spelers bestaat uit een shirt, korte broek,
sokken en sportschoenen.
De kleur en het ontwerp van de shirts, korte broeken en sokken
moeten per ploeg tijdens de wedstrijd uniform (m.u.v. de
Libero) en schoon zijn.
Commentaar.
� Het dragen van
een hoofddeksel is niet toegestaan. Een
haarband of iets dergelijks wordt niet als een hoofddeksel
beschouwd. Een uitzondering wordt gemaakt voor het spelen
met een �Charda� (hoofddoekje) en lange broek indien de
speelster moslima is. De lange broek moet voldoen aan de
bestaande kledingsvoorschriften m.b.t. het wedstrijduniform
(kleur en nummer).
� Steunbanden om
het middel e.d. moeten onder de speelkleding
worden gedragen.
� De
wedstrijdreglementen bevatten administratieve maatregelen
voor het spelen in niet-uniforme kleding enz. Dit houdt in dat
men wel mee mag spelen, maar dat de scheidsrechter e.e.a.
moet noteren. Dit ligt ook in de algemene lijn dat een wedstrijd
als het enigszins kan door moet gaan.
De schoenen moeten licht en soepel zijn, met zolen van rubber
of leer en zonder hakken.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
is het niet toegestaan te spelen op schoenen met zwarte zolen die afgeven. De shirts en korte broeken moeten voldoen aan de
voorschriften van de FIVB.
De shirts van de spelers moeten genummerd zijn van 1 tot en
met 18.
De nummers moeten aan de borst- en rugzijde midden op het
shirt zijn aangebracht. De kleur en de helderheid van de
nummers moeten contrasteren met de kleur en helderheid van
de shirts.
De hoogte van de borstnummers moet tenminste 15cm zijn, die
van de rugnummers tenminste 20cm. De breedte van het lint,
waarvan de nummers zijn gemaakt, moet tenminste 2 cm zijn.
Voor wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
moet het spelersnummer herhaald worden op de rechterzijde van de broek. Het nummer moet 4-6cm hoog zijn en minimaal 1cm breed.
Commentaar.
� Voor de
Nederlandse competitie mag in een vereniging worden
doorgenummerd om te voorkomen dat in ��n ploeg twee
spelers hetzelfde nummer hebben. Het is niet toegestaan hoger
te nummeren dan 99. In de eredivisie moeten echter de
nummers 1 t/m 18 worden gebruikt.
� Het is voor de
scheidsrechters en de tegenpartij erg
onaangenaam als spelers geen rug- en borstnummers hebben.
In zo'n situatie moet dus worden getracht hierin provisorisch te
voorzien. Lukt dit niet dan moet de scheidsrechter (onder
vermelding van e.e.a. op het wedstrijdformulier) betrokkene(n)
wel mee laten spelen. Heeft echter een gehele ploeg geen rugen
borstnummers, dan moet die ploeg worden gesommeerd - op
straffe van in gebreke te worden gesteld � dat zij kleding
draagt
m�t nummers.
� Bij de
spelersregistratie op het wedstrijdformulier moeten de
shirtnummers worden genoteerd, zoals de spelers die werkelijk
(zullen) dragen. Dit is de verantwoordelijkheid van de
aanvoerder en de coach. Wordt bij controle van de opstelling in
het veld vastgesteld dat spelers onderling van shirt hebben gewisseld, dan moet de opstelling die op het opstellingsbriefje
is genoteerd als dwingend worden aangemerkt. De feitelijke shirtnummers van de spelers zijn hierbij maatgevend. De spelers wisselen dus niet van shirt. De spelersregistratie is bindend.
� De rug- en
borstnummers moeten voor de scheidsrechter
duidelijk waarneembaar zijn.
De offici�le aanvoerder moet onder zijn borstnummer een
bandje van 8cm bij 2cm hebben.
Commentaar.
� In de
Nederlandse competitie (m.u.v. de eredivisie) is het
dragen van een markeringsstreepje onder het borstnummer van
de aanvoerder niet verplicht.
� Het
markeringsstreepje voor de aanvoerder in de eredivisie
moet op een zodanige wijze bevestigd zijn dat het duidelijk
zichtbaar is en de gehele wedstrijd vast blijft zitten.
Het is verboden kleding zonder de voorgeschreven nummers
of met een van de andere spelers afwijkende kleur te dragen
(uitgezonderd de Libero).4.4
VERANDERINGEN VAN DE UITRUSTINGDe eerste scheidsrechter kan ��n of meer spelers toestaan:blootsvoets te spelen;
tijdens
wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB is dit verboden
tussen twee sets of na een spelerswissel natte of beschadigde
kleding te verwisselen, mits de nieuwe kleding ook uniform en
identiek genummerd is;bij lage temperaturen in trainingspakken te spelen, mits deze
voor de gehele ploeg uniform zijn en overeenkomstig regel
4.3.3 genummerd zijn (uitgezonderd de Libero).
Commentaar.
� De Libero dient
dan een trainingspak van afwijkende kleur /
uitvoering te dragen. Ook dit trainingspak moet overeenkomstig
artikel 4.3.3 genummerd zijn.
4.5
VERBODEN VOORWERPENHet is verboden voorwerpen te dragen die een verwonding
kunnen veroorzaken of de speler kunstmatig voordeel kunnen
verschaffen.
Commentaar.
� Het dragen van
knie-, hand-, duimbeschermers e.d. is niet
verboden.
� Indien een
speler een ring draagt die niet kan worden
verwijderd, dient de scheidsrechter deze dusdanig in te laten
tapen, dat deze geen verwondingen kan toebrengen aan medeof
tegenspelers, en zowel de speler als de coach erop attent te
maken dat de eventuele gevolgen geheel voor de speler zijn. De
eerste scheidsrechter dient voorafgaand aan de wedstrijd dit als
aantekening op het wedstrijdformulier te noteren en te laten
paraferen door de aanvoerder en de speler van de
betreffende ploeg.
4.5.2 De spelers mogen voor eigen risico bril of contactlenzen
dragen.
Commentaar.
� Indien een
speler zijn bril verliest tijdens het spel dient de eerste
scheidsrechter of de tweede scheidsrechter de aan de
gangzijnde rally af te fluiten als de bril gevaar oplevert voor
de
spelers.
� Het verlies van
een contactlens is volledig voor risico van de
betreffende speler.
5 PLOEGLEIDERS
De offici�le aanvoerder en coach zijn beiden verantwoordelijk
voor het gedrag en de discipline van de leden van hun ploeg.
De Libero kan niet de offici�le aanvoerder zijn.5.1
AANVOERDERV��r de wedstrijd moet de offici�le aanvoerder het
wedstrijdformulier ondertekenen en zijn ploeg bij de toss
vertegenwoordigen.
Commentaar.
� In de
regiocompetities komt het nogal eens voor dat de
aanvoerder en de coach het wedstrijdformulier niet voor het
begin van de wedstrijd ondertekenen. Op zichzelf is dit niet
fout.
Waar gesproken wordt over het niet meer mogen wijzigen van
de ploegensamenstelling geldt dan dat dit niet meer mag
geschieden na de controle van de spelersregistratie door de
eerste scheidsrechter.
� Zie ook:
commentaar Regel 25.2.1.1
Tijdens de wedstrijd treedt de offici�le aanvoerder als
aanvoerder in het veld op als hij aan het spel deelneemt. Als de
offici�le aanvoerder niet aan het spel deelneemt, moet de
coach of de offici�le aanvoerder zelf een speler (maar niet de
Libero) aanwijzen, die in het veld als aanvoerder optreedt. Deze
aanvoerder in het veld blijft als zodanig verantwoordelijk tot
hij
wordt gewisseld of de offici�le aanvoerder weer aan het spel
deelneemt, dan wel de set is afgelopen.
Als het spel dood is, mag alleen de aanvoerder in het veld zich
tot de scheidsrechters wenden:
Hij mag uitleg vragen over toepassing of interpretatie van de
spelregels. Hij mag ook de vragen en verzoeken van zijn
ploeggenoten overbrengen. Als de verklaring hem niet
bevredigt, moet hij dit direct aan de scheidsrechter kenbaar
maken. Hierdoor behoudt hij het recht aan het einde van de
wedstrijd een officieel protest op het wedstrijdformulier te
vermelden.
Commentaar:
� Het gaat
hierbij om de toepassing van spelregels, dus
onderwerpen uit het spelregelboekje. Bezwaren tegen de
toepassing van artikelen uit een reglement, bijv. het
wedstrijdreglement, kunnen niet via een protestprocedure bij de
Straf- en Protestcommissie kenbaar worden gemaakt. Deze
bezwaren moeten op de daarvoor geldende wijze bij de
betreffende instantie worden ingediend.
� Het hier
bedoelde zich tot de eerste scheidsrechter wenden
mag (conform de regel voor het aanvragen van time-outs en spelerswissels) alleen v��r het fluitsignaal voor opslag geschieden. Het stellen van een vraag aan de eerste scheidsrechter na dit fluitsignaal, maar nog voordat de serveerder de bal raakt (de bal is dan formeel gesproken nog uit het spel) is niet toegestaan omdat het zou leiden tot onderbreking van het tijdsbestek van acht seconden voor het nemen van de opslag en dus tot spelophouden.
� Het Reglement
Straf-, Protest- en Beroepszaken geeft
enkele aanvullende bepalingen m.b.t. het indienen van
protesten.
o Bezwaren tegen
techniekbeoordeling en
waarnemingen (bijv. aanraken van het net, touch�, in of uit)
zijn niet voor protest vatbaar.
o Bezwaren tegen
een scheidsrechterlijke beslissing moeten
in het algemeen direct na de beslissing kenbaar worden
gemaakt. De eerste scheidsrechter kan dan namelijk een
eventuele fout nog herstellen. Soms blijkt pas later in de
wedstrijd dat een bepaalde beslissing niet correct was, bijv.
een fout bij een spelerswissel, een vergissing van de teller
enz. In zo'n geval moet de ploeg direct na het constateren
van de beslissing bezwaar maken en kan daarna aan
het eind van de wedstrijd alsnog een officieel protest
indienen
Hij mag toestemming vragen:a. al het materiaal of een deel ervan te vervangen;b. de opstelling van de ploegen te verifi�ren;c. de vloer, het net, de bal, enz. te controleren.
Commentaar:
� De aanvoerder
mag 1x per set toestemming vragen aan de
(tweede) scheidsrechter om de opstelling van zijn ploeg te
verifi�ren. De scheidsrechter dient deze informatie dan te
verstrekken. Dergelijke controles moeten kort, zakelijk en
zonder discussies plaatsvinden. Indien hierbij door de
scheidsrechter foutieve informatie wordt verstrekt aan de
aanvoerder, zal, indien er verderop in de set consequenties
volgen, de stand worden teruggedraaid tot op het moment van
de bij de aanvraag gedane uitspraak. Alle gevolgen die
daarna ontstaan zijn, eventuele waarschuwingen etc. komen
dan te vervallen.
Twijfelt een aanvoerder of de tegenpartij wel in de goede
opstelling staat, dan mag hij dit ook vragen aan de (tweede)
scheidsrechter. Diens antwoord dient zich dan te beperken tot
het wel of niet goed staan van de tegenpartij
Hij mag time-outs en spelerswissels aanvragen.Na de wedstrijd:Na de wedstrijd bedankt de offici�le aanvoerder de
scheidsrechters en ondertekent hij het wedstrijdformulier om
daarmee het wedstrijdresultaat te bevestigen.
Commentaar:
� Het niet
bedanken van de scheidsrechters door de
aanvoerders na afloop van de wedstrijd is op zichzelf
nog geen �onbehoorlijk gedrag� (regel 21.2.1). Slechts als
het
gepaard gaat met een andere vorm van wangedrag kan er een
reden zijn om een strafmaatregel te nemen.
Hij mag dan ook, als hijzelf of de vervangende aanvoerder in
het veld eerder aan de eerste scheidsrechter onvrede over een
toepassing en/of interpretatie van de spelregels kenbaar
maakte, dit als zodanig bevestigen en als een officieel protest
op het wedstrijdformulier noteren.
Commentaar:
� Is de
aanvoerder voor de lopende (laatste) set
weggestuurd, dan mag hij de wedstrijd nog afsluiten door het
wedstrijdformulier te ondertekenen. Is hij voor de rest van de
wedstrijd uitgesloten, dan moet zijn vervanger dat doen. In dat
geval moet duidelijk staan wie op dat moment de
aanvoerdersrechten heeft. Dit dus duidelijk noteren bij
�opmerkingen".
� Het verzoek een
protestaantekening te maken moet worden
gedaan voordat de eerste scheidsrechter aan het eind van de
wedstrijd het wedstrijdformulier heeft ondertekend.
� De
scheidsrechter is verplicht - ook als hij het er zelf niet mee
eens is - een door een aanvoerder gewenst protest op het
wedstrijdformulier te noteren. Mede omdat de door de
aanvoerder gewenste bewoordingen van belang zijn, mag hij de
aantekening ook door de aanvoerder zelf laten maken. Om
rechtsgeldig te zijn moet uit deze notitie blijken, dat een
protest
in de zin van het Reglement Straf-, Protest- en Beroepszaken in
de bedoeling ligt (dus bij voorkeur het woord protest gebruiken) en moet kort het onderwerp van de aangevochten beslissing
worden vermeld.
� Het gebeurt wel
eens dat een aanvoerder in de loop van de
wedstrijd bezwaar maakt tegen een beslissing van de
scheidsrechter en zegt te willen protesteren, maar daar aan het
einde van de wedstrijd niet meer op terug komt. Het is dan aan
te bevelen dat de eerste scheidsrechter de aanvoerder vraagt of
hij al dan niet nog een protestaantekening wenst. Is het
antwoord ontkennend, dan moet de aantekening achterwege
blijven. Het is dus onjuist als een scheidsrechter in een
dergelijk geval eigener beweging een protest noteert.
� Voor de verdere
behandeling van het protest moet door
het bestuur van de protesterende vereniging uiterlijk drie dagen
na de wedstrijddag een toelichting aan de Straf- en
Protestcommissie worden toegezonden.
5.2
COACHTijdens de gehele wedstrijd leidt de coach het spel van zijn
ploeg buiten het speelveld. Hij kiest de beginopstellingen en de
spelerswissels en vraagt time-outs aan.
In deze functie is de tweede scheidsrechter de official,
waarmee hij contact onderhoudt.
Commentaar.
� De combinatie
aanvoerder-(assistent)coach is alleen
toegestaan als dit voor de wedstrijd is afgesproken en heeft
altijd betrekking op het aanvoerderschap in het veld.
� Als de
eigenlijke coach in de loop van de wedstrijd weg moet en
er is geen assistent-coach om hem te vervangen, mag de
combinatie aanvoerder-coach alleen worden gemaakt als dat
voor de wedstrijd is afgesproken.
� Ook een andere
speler dan de aanvoerder kan coach zijn
tijdens de wedstrijd. Hij dient zichzelf dan als coach voor te
stellen voor de wedstrijd aan de scheidsrechters en als zodanig
op het wedstrijdformulier worden vermeld. Gedurende de
wedstrijd heeft hij, als hij niet in het veld staat, de rechten
en
plichten van de coach (hij moet bijv. op de spelersbank het
dichtst bij de tellerstafel zitten). Staat deze speler in het
veld,
dan heeft hij geen rechten meer en is gewoon speler. Indien hij
geen aanvoerder in het veld is, mag hij zich dan niet tot de
scheidsrechter wenden om vragen te stellen, etc.
Voor de wedstrijd noteert of controleert de coach de namen en
nummers van zijn spelers op het wedstrijdformulier. Daarna
ondertekent hij dit formulier.
Commentaar:
� Zie ook:
commentaar Regel 25.2.1.1
Tijdens de wedstrijd moet de coach:voor iedere set het naar behoren ingevulde en ondertekende
opstellingsbriefje aan de teller of de tweede scheidsrechter
overhandigen;
Commentaar.
� Uiteraard mag
ook de aanvoerder het wedstrijdformulier en de
opstellingsbriefjes invullen. Dit behoeft niet per se door de
coach
te gebeuren. Het ondertekenen en inleveren is bindend.
� Indien na het
inleveren van het ondertekende
opstellingsbriefje discussie ontstaat over wie het
opstellingsbriefje heeft ondertekend (de coach zegt dat hij het niet ondertekend heeft en wil een nieuw briefje invullen) moet
de
eerste scheidsrechter dit behandelen als misdraging en een
offici�le waarschuwing geven als dit de 1e
keer is. De volgende
keer wordt een maatregel voor onbehoorlijk gedrag opgelegd en
wordt dit bestraft met verlies van rally (gele kaart)
� In de
eredivisie moet de coach 2 opstellingsbriefjes per set
invullen.
op de spelersbank zo dicht mogelijk bij de tellerstafel zitten;
hij
mag deze plaats verlaten;
time-outs en spelerswissels aanvragen;
evenals de andere leden van de ploeg aanwijzingen geven aan
de spelers in het veld. De coach mag deze aanwijzingen ook
geven als hij staat en als hij loopt binnen de vrije zone, vanaf
het verlengde van de aanvalslijn tot aan de opwarmruimte
zonder dat de wedstrijd verstoord of vertraagd wordt.
Commentaar:
� Zoals uit de
tekst van deze regel blijkt, gaat het hierbij om de
communicatie tussen de leden van de ploeg die niet aan het
spel deelnemen (ploegbegeleiding en wisselspelers) naar de
spelers in het veld. De communicatie tussen de
eerstgenoemden onderling of de spelers in het veld onderling is
niet in het geding.De spelers in het veld mogen elkaar uiteraard
vrijelijk aanwijzingen e.d. geven.
� De coach mag
lopend of staand voor de spelersbank
aanwijzingen geven aan zijn ploeg, op voorwaarde dat hij de
wedstrijd niet verstoort of vertraagt. Zijn ruimte bevindt zich
tussen de spelersbank en de zijlijn. Deze ruimte strekt zich
verder uit tot aan de opwarmruimte. Is deze opwarmruimte niet
op de juiste plaats gelegen volgens tekening 1 van het
spelregelboekje, dan eindigt die bij het einde der vrije zone
van
dezelfde tekening 1 �f bij het einde der ruimte in de zaal die
de
vrije ruimte begrenst.
� Loopt een
speler, die een bal probeert terug te halen
vanuit de vrije zone van de tegenpartij, tegen de coach van de
tegenpartij op, dan geldt de regel van hinderen voor die coach
gelijk als voor een speler van die partij. De eerste
scheidsrechter
beslist of dit hinderen opzettelijk gebeurde of niet.
Zo ja, dan geldt de regel 11.2.4. Teken is "touch�",
teken 24.
Zo niet, dan wordt er doorgespeeld en wordt die coach als een
"dood object" beschouwd.
� Indien andere
bankzitters opstaan (behalve bij een time-out),
verliezen zij het recht om te communiceren met de spelers in het
veld. Indien ze dit toch doen, dient de eerste scheidsrechter
dit
te bestraffen met een waarschuwing (als het de eerste keer is).
5.3
ASSISTENT-COACHDe assistent-coach zit op de spelersbank zonder dat hij
het recht heeft in te grijpen.
Als de coach zijn ploeg moet verlaten, mag de
assistent-coach op verzoek van de aanvoerder in het veld en
na toestemming van de eerste scheidsrechter, diens functie
overnemen.
Commentaar:
� In de nationale
competitie kan de assistent-coach alleen dan de
taak van de coach overnemen indien hij lid is van de NeVoBo.
De regio's kunnen bij reglement voor de vervanging van de
coach nadere regels vaststellen. Als de assistent-coach de
taken van de coach overneemt moet hij aan de scheidsrechters
worden voorgesteld en moet - in de nationale competitie - zijn
kaart worden gecontroleerd. Als deze handelingen niet voor de
wedstrijd zijn geschied, kunnen zij alleen in de pauze tussen
twee sets plaatsvinden. Pas daarna mag betrokkene als coach
optreden. Wil de ploeg het risico van een dergelijk tijdverlies
voorkomen, dan kan zij de assistent- coach al voor de wedstrijd
als zodanig bekend maken en - in de nationale competitie - zijn
kaart te laten controleren.
� In de
spelregels wordt gesproken over het feit dat de coach de
ploeg ongewild moet verlaten. Hierbij kan gedacht worden aan
b.v. een maatregel voor wangedrag of ziekte van de coach.
� De taak van de
coach mag niet op vrijwillige basis (b.v. doordat
de coach zelf gaat meespelen) worden overgenomen door de
assistent coach.
� De
assistent-coach kan ook speler zijn.
5.1.2,5.2september 2005 Pagina 23 van 86
Hoofdstuk 3 WIJZE VAN SPELEN
Regel zie ook:
6 BEHALEN VAN EEN PUNT, WINNEN VAN EEN SETEN VAN DE WEDSTRIJD
6.16.1.16.1.1.16.1.1.26.1.1.36.1.26.1.2.16.1.2.26.1.36.1.3.16.1.3.2BEHALEN VAN EEN PUNTBehalen van een punt:door de bal met succes in het veld van de tegenstander op degrond te spelenals de tegenstander een fout maaktals de tegenstander een bestraffing heeft gehadFouten.Een ploeg maakt een fout tijdens een speelactie als zijhandelt in strijd met deze spelregels (of deze anderszinsschendt). De scheidsrechters beoordelen de fouten en bepalenovereenkomstig de regels de te nemen maatregelen.
Commentaar.
� Fouten tijdens
het spelen, dat wil zeggen handelingen in strijdmet de spelregels, moeten meteen na het maken van de fout ofdirect na afloop van de desbetreffende rally worden bestraft.Bestraffen als al voor een volgende rally is gefloten, is niet
juist.Ook een onjuiste waarneming kan slechts tot het begin van devolgende rally worden herroepen.In het geval van opstellingsfouten (met name doordraaifouten)geldt echter regel 7.7.1
� Als blijkt dat
in een eerder stadium van het spel een puntabusievelijk niet of teveel op het wedstrijdformulier isaangetekend, of dat een fout in de invulling van het formulierniet is opgemerkt enz., kan de scheidsrechter dit alsnog (laten)herstellen, maar alleen als het een voorval in de lopende setbetreft.
Indien twee of meer fouten na elkaar worden gemaakt, wordtalleen de eerste fout bestraft.Indien tegenstanders gelijktijdig twee of meer fouten maken,wordt dubbelfout gegeven en wordt de rally overgespeeld.Gevolgen van het winnen van een rally.Een rally is de opeenvolging van spelacties vanaf het momentvan de opslag totdat de bal uit het spel is.als de ploeg aan opslag de rally wint, krijgt deze ploeg er eenpunt bij en behoudt de opslag;als de partij die de opslag ontving de rally wint, krijgt dezeploeg het recht van opslag �n behaalt daarbij tevens een punt.
8.3, 10.1.16.1.2, T11 (23)16.2.3, 21.3.1T11 (23)8.1, 8.2
6.2 WINNEN VAN EEN SETEen set (met uitzondering van de beslissende vijfde set) wordtgewonnen door de ploeg die als eerste 25 punten behaalt, meteen voorsprong van tenminste twee punten. In geval vangelijke stand bij 24-24 wordt het spel, zonder beperking inpuntenaantal, vervolgd tot er een verschil van twee punten isbereikt (26-24, 27-25, �).
T11 (9)6.3.2september 2005 Pagina 24 van 86
Regel zie ook:6.36.3.16.3.2WINNEN VAN DE WEDSTRIJDDe wedstrijd wordt gewonnen door de ploeg die drie setswint.
Commentaar:
� Bij reglement
kan van deze regel worden afgeweken.
In geval van een gelijke stand van 2-2 in sets wordt debeslissende vijfde set gewonnen door de ploeg die als eerste15 punten behaalt, met een voorsprong van tenminste tweepunten.
T11 (9)6.27.1, 15.4.1
6.46.4.16.4.26.4.3IN-GEBREKE-STELLEN en ONVOLLEDIGE PLOEGAls een ploeg, na daartoe te zijn gemaand, weigert te spelen,wordt zij in gebreke gesteld en verliest zij de wedstrijdreglementair met als eindstand 0-3 voor de wedstrijd en 0-25voor elke set.Een ploeg die zonder geldige reden niet op tijd op het speelveldaantreedt, wordt in gebreke gesteld. Het gevolg is hetzelfde alsin regel 6.4.1.
Commentaar.
� Voor de
Nederlandse competitie worden de gevolgen van te laatkomen, "in gebreke stellen" e.d. voor het
wedstrijdresultaat bijreglement bepaald waarbij in het betreffende geval deinternationale spelregels niet van toepassing zijn. In zo'n
situatiemoet de scheidsrechter het wedstrijdformulier zo volledigmogelijk invullen en duidelijk noteren wat er aan de hand was.De competitieleiding gaat na welke maatregelen op grond vanhet wedstrijdreglement (eventueel overspelen, punten inmindering, administratieve maatregelen e.d.) moeten wordengenomen. De scheidsrechter kan slechts ten dele beoordelen ofeen aangevoerde reden al dan niet geldig is. Hij moet in elkgeval zijn bevindingen -zowel bij te laat beginnen als bij nietmeer beginnen- op het wedstrijdformulier noteren. Decompetitieleiding kan er dan haar conclusies uittrekken.
Een ploeg die voor de rest van de set of van de wedstrijdonvolledig wordt verklaard, verliest de set of de wedstrijd. Aande tegenpartij worden dan zoveel punten, als wel punten ensets, toegekend als nodig is om de set, respectievelijk dewedstrijd, te winnen. De onvolledig geworden ploeg behoudtde reeds behaalde punten en gewonnen sets.
Commentaar.
� Bij het
onvolledig raken van een ploeg ten gevolge van eenblessure of strafmaatregel moet de scheidsrechter hetwedstrijdformulier wel volgens de spelregels afwerken.
� "Onvolledig
verklaren" van een ploeg geldt in principe voor delopende set. In geval van een blessure kan daarbij een specifiekvervolg ontstaan. Ter verduidelijking van mogelijke situatiesenkele voorbeelden:
o Een ploeg heeft
slechts 6 spelers. In de loop van de 2e setwordt speler 5 wegens herhaald onbehoorlijk gedrag voorde lopende set uit het veld gezonden. De ploeg houdt danmaar 5 spelers in het veld over. Die 2e set wordt verlorenverklaard. De 3e en eventueel volgende sets kunnen (met
6.2, 6.36.4.16.2, 6.3, 7.3.1september 2005 Pagina 25 van 86
Regel zie ook:
speler 5) alsnog worden gespeeld.
o Een ploeg heeft
slechts 6 spelers. In de loop van de 2e setwordt speler 5 wegens herhaalde belediging voor de restvan de wedstrijd uitgesloten. De ploeg heeft dus niet alleenvoor de lopende set, doch ook voor de volgende sets maar5 spelers over. Ook de volgende sets moeten verlorenworden verklaard.
o Een ploeg heeft 8
spelers. In de 2e set worden de beidewisselspelers 7 en 8 achtereenvolgens gewisseld tegen debasisspelers 3 en 5. Dan wordt basisspeler 1 wegensherhaalde belediging van verder meespelen uitgesloten.Een reglementaire wissel is niet meer mogelijk. De ploegwordt voor de lopende set onvolledig verklaard, maar heeftvoor de 3e en eventueel volgende sets voldoende spelersbeschikbaar. Het spel wordt dus met de 3e set hervat.
o Een ploeg heeft
slechts 6 spelers. In de 2e set raakt speler1 zodanig geblesseerd dat hij op dat moment niet verder kanspelen. Kan hij ook na een pauze van 3 minuten voorverzorging nog niet spelen dan wordt de ploeg voor delopende (2e) set onvolledig verklaard. De ploeg krijgt daarnade normale 3 minuten pauze tussen de sets.Kan speler 1 ook na deze pauze nog niet spelen, dan wordtde ploeg voor de rest van de wedstrijd onvolledig verklaard.
7 OPBOUW VAN HET SPEL
7.17.1.17.1.27.1.2.17.1.2.2TOSSVoor de wedstrijd verricht de eerste scheidsrechter de toss omte beslissen over het recht van eerste opslag en aan welke kantvan het speelveld beide ploegen de eerste set moeten spelen.Indien een beslissende set moet worden gespeeld, verricht deeerste scheidsrechter opnieuw de toss.
Commentaar.
� Als de
scheidsrechter voor het begin van de wedstrijd en / ofvoor het begin van de beslissende set heeft vergeten te tossenvoor de keuze van opslag of speelveld en de wedstrijd, resp. debeslissende set, reeds is begonnen, dan kan geen van deploegen het recht opeisen alsnog te tossen en de wedstrijd,resp. die set opnieuw te beginnen. De wedstrijd of set, dan welhet reeds gespeelde deel daarvan, blijft dus rechtsgeldig.
De toss wordt in aanwezigheid van de offici�le aanvoerdersvan de beide ploegen verricht.De ploeg die de toss wint kiest:�fhet recht van opslag of ontvangst van opslag�feen speelhelft.De ploeg die de toss verliest, neemt de overblijvendekeuzemogelijkheid.
Commentaar:
� De winnaar van
de toss heeft twee keuzemogelijkheden,A en B.
o A is hierbij het
recht van het nemen of van het ontvangenvan de eerste opslag.
o B is de set
beginnen op speelhelft �a� of speelhelft �b�.Kiest hij mogelijkheid A en zegt hij "ik wil beginnen met
de
12.1.16.3.25.112.1.1september 2005 Pagina 26 van 86
Regel zie ook:7.1.3
opslag", dan ontvangt de tegenpartij uiteraard die eersteopslag. Deze tegenpartij heeft dan echter nogkeuzemogelijkheid B, nl. de set beginnen op speelhelft aof speelhelft b. Kiest de winnaar van de toss echtermogelijkheid B, dan moet hij uitspreken of hij de set wilbeginnen met spelen op speelhelft a of speelhelft b. Voorde tegenpartij blijft dan keuzemogelijkheid A over, d.w.z.deze ploeg moet dan kiezen tussen het nemen of hetontvangen van de eerste opslag.Valt deze keuze op het nemen van de eerste opslag, danblijft er voor de winnaar van de toss slechts het ontvangenvan de eerste opslag over; en omgekeerd.
Als de beide ploegen na elkaar aan het net inspelen, begint deploeg die de eerste opslag heeft met het inspelen aan het net.
7.2
7.27.2.17.2.2INSPELEN AAN HET NETVoor de wedstrijd mogen de ploegen, indien zij tevoren eenander speelveld tot hun beschikking hadden, samen gedurendezes minuten bij het net inspelen. Indien dit niet het geval was:tien minuten inspeeltijd.Indien de aanvoerders kiezen voor apart inspelen aan het net,mogen de ploegen dit gedurende drie of vijf minuten doen,overeenkomstig regel 7.2.1.
Commentaar:
� Het
gebruikelijke opslaan vanaf de achterlijn van het veld moetworden geacht onderdeel van het inspelen te zijn en dient dusbinnen de daarvoor gestelde tijdslimiet te geschieden.
7.2.1
7.37.3.17.3.27.3.37.3.4BEGINOPSTELLING VAN EEN PLOEGMet minder dan zes spelers per ploeg mag niet wordengespeeld. De beginopstelling van de ploeg is bepalend voor deopslagvolgorde van de ploeg in het veld. Deze volgorde moetgedurende de gehele set worden aangehouden.Voor het begin van elke set moet de coach de beginopstellingvan zijn ploeg op een opstellingsbriefje noteren en dit briefje,naar behoren ingevuld en ondertekend, aan de tweedescheidsrechter of de teller overhandigen.
Commentaar:
� In deze pauze
moeten o.a. de nieuwe opstellingen op hetwedstrijdformulier worden genoteerd. De aanvoerders / coachesmoeten direct tijdens het wisselen van speelhelft hunopstellingsbriefjes bij de tweede scheidsrechter of de tellerinleveren. Blijft een aanvoerder / coach op dit punt duidelijk
ingebreke, dan is het mogelijk dat de eerste scheidsrechter dit
alsspelophouden aanmerkt
De spelers die geen deel uitmaken van de beginopstelling vaneen set zijn voor die set de wisselspelers (uitgezonderd deLibero).Na het inleveren van het opstellingsbriefje bij de tweedescheidsrechter of de teller mag zonder een reglementairespelerswissel geen wijziging in de beginopstelling wordentoegestaan.
6.4.37.65.2.3.1, 19.1.2,24.3.1, 25.2.1.27.3.2, 15.5, 19.1.215.2.2, 15.5september 2005 Pagina 27 van 86
Regel zie ook:7.3.57.3.5.17.3.5.2
Commentaar:
� Na het wisselen
van speelhelft kan de tweede scheidrechter bijhet wisselen van het speelveld aan de coach deopstellingsbriefjes van de volgende set vragen. Dit om tevoorkomen dat de tijd van 3 minuten tussen de sets nietnodeloos verlengd wordt. Als de coach bij herhaling te laat zijnopstellingsbriefje inlevert, moet de eerste scheidsrechter eenmaatregel voor spelophouden opleggen.
� Wordt een
verschil tussen de opstelling van de spelers in hetveld en die op het opstellingsbriefje v��r het begin van de
set -dus als betrokkenen nog niet hebben gespeeld- geconstateerd,dan moet de fout worden hersteld. Dit kost de ploeg geen straf,dus ook geen wissel.Wordt de hiervoor genoemde fout echter pas in de loop van deset ontdekt, dan is er sprake van gespeeld hebben in eenfoute opstelling. Dus in elk geval:a de betrokkenen moeten de juiste opstelling innemen;b de fout wordt bestraft zoals bij het verlies van een rally;c de door de betreffende ploeg in foute opstelling gescoordepunten moeten worden geannuleerd.BOVENDIEN: betreft het de situatie dat iemand op de bankeigenlijk in het veld had moeten staan en omgekeerd, danwordt de correctie van deze fout aangemerkt als een wissel.Het herstellen van de opstellingsfout kost de ploeg dan eenwisselbeurt en bovendien zijn de betreffende spelers voor derest van die set aan elkaar gekoppeld. Wenst de coach in eendergelijk geval de oude opstelling te handhaven, dan kan hijuiteraard na de correctiewissel een hierop betrekkinghebbende wissel aanvragen, maar slechts als het spel eerst ishervat, omdat twee opeenvolgende spelerswissels zondertussentijdse spelhervatting niet zijn toegestaan.
� Als bij het
begin van een set een speler in afwijking van hetopstellingsbriefje in het veld komt, dan moet dat op zichzelfniet als een spelerswissel worden aangemerkt. Ook niet alsbetrokkene kortere of langere tijd meespeelt, doordat deafwijking niet direct wordt opgemerkt.Voorbeeld: volgens het opstellingsbriefje is nr. 6 geenbasisspeler; hij is dus wisselspeler. Toch verschijnt hij tenonrechte in het veld en wel op de plaats waar eigenlijk nr. 3had moeten staan. Deze nr. 3 zit dus op de bank. In dezesituatie kan er dus niet al worden gesproken van een wisselvan nr. 6 tegen nr. 3. Het daarop volgende (in de loopvan de set) uitwisselen van nr. 6 tegen nr. 3 (ter correctie vande opstelling) wordt dan hun eerste wissel. Het eventueeldaarna weer terugwisselen van nr. 3 tegen nr. 6 blijft dustoegestaan.
� Zie commentaar
7.3.5.1 (herstellen kennelijke schrijffout).
� Zie commentaar
24.3.1 (waarschuwen in geval vanopstellingsfout).
Verschil in positie van de spelers in het veld en op hetopstellingsbriefje moet als volgt afgehandeld worden:indien zo'n verschil voor het begin van een set wordtgeconstateerd, moeten de spelers zich overeenkomstig hetopstellingsbriefje opstellen. Hierbij wordt geen maatregelopgelegd.indien voor het begin van de set er een speler in het veld staatdie niet op het opstellingsbriefje staat, dan moet de opstelling
24.3.17.3.27.3.2september 2005 Pagina 28 van 86
Regel zie ook:7.3.5.3in het veld in overeenstemming worden gebracht met hetopstellingsbriefje. Hierbij wordt geen maatregel opgelegd.als echter de coach een dergelijke niet genoteerde speler in hetveld wil houden, moet hij een reglementaire wissel aanvragen.Deze spelerswissel wordt dan op het wedstrijdformuliergenoteerd.
Commentaar:
� Komt op een
opstellingsbriefje een kennelijke schrijffoutvoor (bijvoorbeeld er is een speler genoteerd die nietaanwezig is), dan moet deze fout zonder strafmaatregelworden gecorrigeerd (regel 7.3.5.1). Ook indien dezefout wordt geconstateerd tijdens de wedstrijd, moet descheidsrechter dit als schrijffout oplossen. Dus zonderstrafmaatregel.
15.2.2
7.47.4.17.4.1.17.4.1.27.4.27.4.2.17.4.2.27.4.37.4.3.1OPSTELLINGOp het moment dat de bal door de serveerder wordt geslagen,moeten, met uitzondering van de serveerder, de ploegen zichin hun opslagvolgorde in het eigen veld bevinden.
Commentaar:
� Alleen de
aanvoerder in het veld heeft het recht om ��nmaalper set aan de tweede scheidsrechter te vragen welke speleraan de beurt is om op te slaan. Verzoeken die hier vanafwijken worden bestraft met een maatregel voorspelophouden.
� Op het moment
van de opslag moeten de spelers -deserveerder uiteraard uitgezonderd- zich op hun eigenspeelhelft bevinden. Met 1 of 2 voet(en) op of boven eenzijlijn, de achterlijn of de (gehele) middenlijn staan is nog
goed.E�n van deze lijnen met de voet(en) overschrijden, is fout(teken 13).
De posities van de spelers worden als volgt genummerd:De drie spelers die langs het net staan opgesteld zijn devoorspelers en bezetten de posities 4 (linksvoor), 3 (midvoor),
2(rechtsvoor).De andere drie spelers zijn de achterspelers. Zij bezetten deposities 5 (linksachter), 6 midachter), 1 (rechtsachter).Onderlinge positie t.o.v. elkaar.Iedere achterspeler moet verder van het net af staan dan demet hem corresponderende voorspeler.De voorspelers, respectievelijk de achterspelers, moeten tenopzichte van de naast hen spelende deelnemers opgesteldstaan zoals in regel 7.4.1 is aangegeven.De opstelling van de spelers wordt bepaald door engecontroleerd aan de hand van de plaats van hun voeten waarzij de grond raken:
Commentaar.
� Het aanraken
van de vloer buiten de zijlijnen met enig anderlichaamsdeel dan de voet(en) is op het moment van de opslageveneens verboden.
� Het
scheidsrechtersteken om aan te geven dat een speler ophet moment van opslag buiten het speelveld staat, is het tekenvan opstellingsfout (teken 13). Het is noodzakelijk debetreffende speler en de desbetreffende zijlijn daarna aan tewijzen.
een deel van een voet van iedere voorspeler moet zich dichter
T47.6.1, 8.1,12.4T41.3.3september 2005 Pagina 29 van 86
Regel zie ook:7.4.3.27.4.4bij de middenlijn bevinden dan de voet van de met hemcorresponderende achterspeler;een deel van een voet van iedere rechter- of linkerspeler
(voorofachterspeler) moet zich dichter bij de met hemcorresponderende zijlijn bevinden dan de voet van demiddenspeler in de eigen lijn.
Commentaar.
� De tekst moet
niet zo letterlijk worden opgevat dat hetfout zou zijn als een speler op het moment van opslagom enigerlei reden niet met twee voeten op de grondzou staan.
Nadat de bal is opgeslagen mogen de spelers zich verplaatsenen elke positie in hun eigen veld en de vrije zone innemen.
1.3.211.2.2
7.57.5.17.5.27.5.37.5.47.5.4.17.5.4.2OPSTELLINGSFOUTDe ploeg maakt een opstellingsfout als een van haar spelers,op het moment dat de serveerder de bal raakt, niet juist staatopgesteld.Als de serveerder bij het uitvoeren van de opslag eenopslagfout maakt, wordt zijn fout beschouwd als te zijngemaakt v��r een opstellingsfout.Als de opslag na het raken van de bal fout gaat, wordt deopstellingsfout als zodanig bestraft.
Commentaar.
� In 7.5.3 gaat
het in tegenstelling tot in 7.5.2 om twee fouten diena elkaar worden gemaakt. De opstellingsfout van deontvangende ploeg (op het moment van de opslag) en het na deopslag fout gaan van de bal. De eerstgemaakte fout(opstellingsfout) wordt uiteraard bestraft.
Een opstellingsfout heeft tot gevolg:de ploeg wordt bestraft met het verlies van de rallyde spelers moeten de juiste opstelling innemen.
Commentaar.
� Zie regel
7.7.2. (correctie van een opstellingsfout is alleen voorhet einde van de lopende set mogelijk).
T4, T11 (13)7.3, 7.412.4, 12.7.112.7.26.1.37.3, 7.4
7.67.6.17.6.2DOORDRAAIENDe onderlinge plaats van de spelers bij het doordraaien is doorde beginopstelling vastgelegd. Zij wordt gedurende de geheleset gecontroleerd aan de hand van de opslagvolgorde en deopstelling van de spelers.Als de ploeg die de opslag ontvangt het recht van opslag krijgt,moeten haar spelers met de wijzers van de klok mee eenpositie doordraaien. De speler op positie 2 draait naar positie
1door om de opslag uit te voeren, de speler op positie 1 draaitnaar positie 6 door enz.
7.3.1, 7.4.1,12.212.2.2.2
7.7 FOUT BIJ HET DOORDRAAIEN
Commentaar.
� Het aanhouden
van de juiste opstellingsvolgorde blijft altijd deverantwoordelijkheid van de aanvoerder en / of coach. Merkt de(tweede) scheidsrechter een foute opstelling niet direct op, dan
T 11 (13)september 2005 Pagina 30 van 86
Regel zie ook:7.7.17.7.1.17.7.1.27.7.2
moet deze foute opstelling worden bestraft vanaf het momentvan ontstaan van deze foute opstelling en niet vanaf hetmoment waarop de (tweede) scheidsrechter de fout opmerkte.
Bij het doordraaien wordt een fout gemaakt als de opslag nietovereenkomstig de opslagvolgorde wordt uitgevoerd.Dit heeft tot gevolg:de ploeg wordt bestraft met het verlies van de rallyde opslagvolgorde moet worden hersteld.
Commentaar.
� Zie regel 7.5
(samengaan van fouten in de opslagvolgorde /opstelling van de serverende ploeg met opstellingsfouten van deontvangende ploeg).
Bovendien moet de teller het juiste moment, waarop de foutwerd gemaakt, bepalen. Alle punten die daarna door de ploeg,die de fout maakte, zijn behaald, worden geannuleerd. Depunten die door de tegenpartij zijn behaald, blijvengehandhaafd.Als het moment van de fout niet kan worden bepaald, wordener geen punten geschrapt en is het verlies van de rally de enigemaatregel.
Commentaar.
� Nadat de
scheidsrechter het eindsignaal van een set heeftgegeven, kunnen de correcties naar aanleiding van een alsnoggeconstateerde opstellingsfout niet meer worden gemaakt.Wordt in de theoretisch denkbare situatie de opstellingsfout infeite echter nog gelijktijdig met het eindsignaal opgemerkt, danmag deze fout alsnog worden bestraft
7.6.1, 126.1.37.6.125.2.2.26.1.3september 2005 Pagina 31 van 86
Hoofdstuk 4 WIJZE VAN SPELEN
Regel zie ook:
8 SITUATIES BIJ HET SPELEN
8.1 BAL IN HET SPELDe bal is in het spel vanaf het moment waarop hij, natoestemming van de eerste scheidsrechter, bij de opslag wordtgeslagen.
Commentaar:
� Het is de fase
in het spel, die begint door het fluitsignaal vooropslag door de eerste scheidsrechter en die eindigt door eenfluitsignaal van de eerste of tweede scheidsrechter naaraanleiding van een gemaakte fout, een incident of ietsdergelijks.
12.3
8.2 BAL UIT HET SPELDe bal is uit het spel op het moment van de fout waarvoor eenvan de scheidsrechters fluit, dan wel, als er geen fout isgemaakt, op het moment van het fluitsignaal.8.3 BAL "in"De bal is �in� als hij het speelveld, met inbegrip van dezijlijnen raakt.
T 11 (14)T 12 (1)1.1, 1.3.2
8.48.4.18.4.28.4.38.4.48.4.5BAL "uit".De bal is "uit" als:het deel van de bal, dat de grond raakt, geheel buiten dezijlijnen ligt;hij een voorwerp buiten het speelveld, het plafond of eenpersoon die niet van het spel deelneemt, raakt;hij een antenne, spandraden, paal of het net buiten dezijbanden raakt;
Commentaar:
� De spandraden
waarmee het net aan de paal vast zit, behorenniet tot het net. Als de bal buiten de zijbanden (9 meter) hetnet of deze spandraden raakt is dat dus fout. Beidescheidsrechters dienen deze bal dan als �uit� af te fluiten,
wantde bal heeft dan een vreemd voorwerp geraakt. Indien eenspeler echter deze spandraden raakt (zonder dat het spel erdoor be�nvloed wordt), is dat niet fout.
hij het verticale vlak van het net geheel of zelfs gedeeltelijkbuiten de passeerruimte passeert, behalve in het geval vanregel 10.1.2.hij volledig onder het net door het vlak van het net passeert.
Commentaar.
� Er zijn zalen
waar de verlichtingsarmaturen op enige afstandonder het plafond hangen, waardoor boven deze armaturen eendonkere ruimte is. Als in een dergelijk of vergelijkbaar geval
debal uit het zicht van de scheidsrechter verdwijnt, waardoor dezeniet meer kan beoordelen of het plafond of een ander obstakelwordt geraakt, moet de scheidsrechter affluiten en dubbelfoutgeven.
� Is de ruimte
boven in de zaal echter redelijk verlicht en blijft eenbal die over een balk o.i.d. gaat dus waarneembaar, dan is ervoor de scheidsrechter geen reden het spel te onderbreken en
T 11 (15)1.3.2,T 12 (2)T 12 (4)2.3, T 5,T 12 (4)10.1.1, T 5,T 12 (4)23.3.2.3,T 5,T 11 (22)september 2005 Pagina 32 van 86
Regel zie ook:
dubbelfout te geven. Hij fluit dan uiteraard alleen als hij ziet
datde bal een obstakel raakt. Gaat de bal echter over een watbreder obstakel en verdwijnt daardoor even geheel uit het zichtvan de scheidsrechter(s), dan kan er reden zijn dubbelfout tegeven (ook regel 6.1.2.2).
9 SPELEN VAN DE BAL
Iedere ploeg moet, behalve in het geval van regel 10.1.2, inhaar eigen speelveld en speelruimte de bal spelen. De balmag echter ook vanuit de vrije zone van de tegenpartij wordenteruggespeeld.9.19.1.19.1.29.1.2.19.1.2.2AANRAKING DOOR DE PLOEGEen aanraking is ieder contact met de bal door een speler dieaan het spel deelneemt.De ploeg mag de bal ten hoogste driemaal aanraken om dezeterug te spelen. Het aanraken door een blok telt hierbij niet
mee(regel 14.4.1). Als de bal vaker wordt aangeraakt, maakt deploeg een fout: "viermaal spelen".
Commentaar:
� Tot de
aanrakingen door een ploeg worden niet alleen deopzettelijk gemaakte, maak ook de onopzettelijk gemaakteaanrakingen gerekend.
Opeenvolgende aanrakingenEen speler mag, behalve in het geval van de regels 9.2.3 &14.2 & 14.4.2, de bal niet tweemaal achter elkaar aanraken.Gelijktijdig aanraken.Twee of drie spelers mogen de bal gelijktijdig aanraken.Indien twee of drie ploeggenoten de bal gelijktijdig aanraken,geldt dit, behalve bij het blokkeren, als twee dan wel drieaanrakingen. Als zij de bal proberen te spelen doch slechts��n van hen raakt de bal, dan geldt dit slechts als ��naanraking. Als spelers tegen elkaar aan lopen, is dat niet fout.
Commentaar:
� Als twee
spelers van dezelfde ploeg de bal gelijktijdig raken,heeft geen van hen het recht de bal direct daarna weer tespelen, uitgezonderd in het geval van een blokkering.
Als twee tegenstanders de bal boven het net gelijktijdigaanraken en de bal blijft in het spel, mag de ploeg aan wienskant de bal komt weer drie maal spelen. Gaat een dergelijke baluit, dan geldt dit als een fout van de ploeg aan de anderekant van het net.
Commentaar:
� Indien bij een
dergelijke actie een achterspeler betrokken is, isdat een fout van de achterspeler conform regel 13.3.3 &
14.6.2.
� Indien na het
gelijktijdig aanraken van de bal deze tegen eenantenne komt, dient er dubbelfout gegeven te worden.
� Als twee
tegenstanders de bal die boven het net is, gelijktijdigaanraken, dan heeft diegene van deze spelers aan wiens kantvan het net de bal komt, het recht de bal direct weer te spelen.Dit wordt dan de eerste maal spelen van zijn ploeg in despelfase na het gelijktijdig aanraken.
� Bij het hier
vermelde gelijktijdig aanraken van de bal dieboven het net is, is het niet van belang of de bal vanuitveld A of vanuit veld B op die plaats is gekomen. Andersgezegd: de vraag wie in een dergelijk geval als aanvaller en wieals verdediger zou moeten worden beschouwd, wordt als
14.2, 14.4.2september 2005 Pagina 33 van 86
Regel zie ook:9.1.2.39.1.3
onbetwist beantwoordt. Als dit gelijktijdig aanraken van de balgeschiedt na driemaal spelen door een van de ploegen, danontstaat er een nieuwe situatie, waarbij weer driemaal gespeeldmag worden. De scheidsrechter mag niet voor viermaalspelen door de ploeg affluiten.
Leidt het door twee tegenstanders gelijktijdig aanraken van debal tot �vastgehouden bal� dan is dat een dubbelfout en
wordtde rally overgespeeld.Hulp bij het spelen.Een speler mag binnen de speelruimte geen hulp ontvangenvan een medespeler, noch enig bouwsel of voorwerpgebruiken om de bal te kunnen spelen. Een speler die op hetpunt staat een fout te maken (aanraken van het net, over demiddenlijn heen komen enz.) mag echter door eenploeggenoot worden tegengehouden of teruggetrokken.
Commentaar:
� Het verbod van
hulp ontvangen, gebruik maken van eenvoorwerp o.i.d. bij het spelen van de bal geldt alleen voor despeelruimte, dus voor het speelveld plus de vrije zone �n bij
hetterughalen van een bal uit de vrije zone van de tegenpartij
(regel10.1.2).
� Het is niet
fout als op het moment van spelen de hand(en) op degrond steunt(en).
� Voor het
gebruik van de hulp van een medespeler of eenvoorwerp bij het spelen van de bal is er geenscheidsrechtersteken.
� Daar de
spelersbank buiten de vrije ruimte staat, is het te allentijde mogelijk om de bal te spelen staande vanaf de eigenspelersbank.
6.1.2.2,9.2.21
9.29.2.19.2.29.2.39.2.3.19.2.3.2AARD VAN DE AANRAKINGDe bal mag ieder deel van het lichaam raken.De bal mag niet gevangen of gegooid worden.De bal kan in elke richting terugkaatsen.De bal mag meerdere delen van het lichaam aanraken, mitsdit gelijktijdig gebeurt. Uitzonderingen hierbij zijn:Bij het blokkeren zijn opeenvolgende aanrakingen door ��n ofmeer blokkeerders toegestaan, mits deze aanrakingen tijdens��n actie plaatsvinden.Bij het voor de eerste maal spelen door de ploeg mag de balachtereenvolgens verschillende delen van het lichaam raken,mits deze contacten gedurende ��n actie plaatsvinden.
Commentaar:
� Onder
"voor de eerste maal spelen door een ploeg" vallen devolgende spelsituaties:I Opslag ontvangen.II Eerste pass na een aanval van de tegenstander.III De bal die van het blok van de tegenstander komt.IV De bal die van het eigen blok terugkomt.
� Het gaat
hierbij duidelijk over achtereenvolgendeaanrakingen tijdens dezelfde spelactie. Deze zijntoegestaan, ook als de bal bovenhands met behulp van devingers wordt gespeeld. Uitgesproken lang contact ten gevolgevan vasthouden of dragen is dus fout
14.1.1,14.29.1,14.4.1september 2005 Pagina 34 van 86
Regel zie ook:9.39.3.19.3.29.3.39.3.4FOUTEN BIJ HET SPELEN VAN DE BAL
Commentaar:
� Zie regel
22.2.1 (gelijktijdig fluiten door beide scheidsrechtersvoor verschillende fouten).
VIERMAAL SPELEN: een ploeg speelt de bal viermaalalvorens deze over het net te spelen
Commentaar.
� Indien er voor
de vierde maal een bal wordt gespeeld moet detweede scheidsrechter dit aangeven met de hand voor zijnborst. Hij mag echter niet voor deze fout fluiten.
HULP BIJ HET SPELEN: een speler krijgt binnen despeelruimte hulp van een medespeler of gebruikt eenbouwsel / voorwerp om de bal te kunnen spelenVASTGEHOUDEN BAL: een speler vangt of gooit de bal; de balweerkaatst niet.
Commentaar.
� Het als blok
spelen van een bal afkomstig uit de eigen speelhelftnaar de speelhelft van de tegenstander is niet toegestaan.
TWEEMAAL AANRAKEN: een speler raakt de bal tweemaalachter elkaar aan of de bal raakt achtereenvolgens meerderedelen van het lichaam aan (niet in ��n actie).
9.1,T 11 (18)9.1.39.2.2,T 11 (16)9.2.3,T 11 (17)
10 BAL BIJ HET NET
10.110.1.110.1.1.110.1.1.210.1.1.310.1.210.1.2.110.1.2.2BAL PASSEERT HET NETDe bal die naar de tegenpartij wordt gespeeld moet binnen depasseerruimte over het net gaan. De passeerruimte is het deelvan het verticale vlak boven het net dat als volgt wordtbegrensd:aan de onderkant door de bovenkant van het netaan de zijkanten door de antennes en het denkbeeldigverlengde hiervanaan de bovenkant door het plafond.De bal die het vlak van het net naar de vrije zone van detegenpartij geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte omis gepasseerd mag binnen het toegestane aantal aanrakingenvan de ploeg worden teruggespeeld mits:de speler het veld van de tegenpartij niet aanraaktde teruggespeelde bal het vlak van het net geheel ofgedeeltelijk buiten de passeerruimte weer aan dezelfde kantvan het veld passeert.De tegenpartij mag een dergelijke actie niet belemmeren.
Commentaar:
� De bal mag
teruggehaald worden uit de vrije zone van detegenstander. Hij zal dan echter daar naar toe gespeeld moetenzijn, geheel of gedeeltelijk buiten de antenne om. Deteruggespeelde bal dient ook geheel of gedeeltelijk buiten deantenne om teruggespeeld te worden naar het eigen veld.
� Indien een
speler de bal vanuit de vrije zone van detegenstander terugspeelt naar zijn eigen veld, mag hij dituitsluitend doen vanuit de vrije zone. Hij mag wel staande in devrije zone een bal spelen die zich boven de spelersbank bevindt.
10.2,T 52.22.49.111.2.2september 2005 Pagina 35 van 86
Regel zie ook:
Het spelen van een bal die zich boven het speelveld van detegenstander bevindt, is verboden.
� Indien een
tegenstander (ploeg A) staande in de vrije zone eenspeler hindert de bal te spelen, is deze speler fout en gaat debal naar de ontvangende partij (ploeg B). Indien deze spelerechter in zijn eigen veld staat, kan er nooit sprake zijn vanhinderen. Dit geldt uitsluitend indien de speler buiten zijn
eigenveld zich in de vrije zone bevindt.
� De bal, die
buiten de vrije zone van het eigen speelveld isgekomen, mag naar dat speelveld worden teruggespeeld.Speelt een medespeler hem daarna (binnen de mogelijkhedenvan drie maal spelen door de ploeg) over het net, dan is datuiteraard goed.Gaat de bal binnen de antennes of hun verlengderechtstreeks over het net, dan is er ook geen fout begaan. Gaatde bal echter over of buiten een antenne om over het net of uit,dan is de spelactie d��rom fout.
� Het
gelijktijdig raken van een bal boven het net door tweetegenstanders kan leiden tot een dubbelfout als het contact telang is. Indien bij deze actie een achterspeler betrokken is, isdit altijd fout.
� Indien een
tegenstander in de vrije zone de bal vangt ofraakt, dient als volgt te worden gehandeld:
o indien geen
enkele speler de bal tracht "te redden", danmag de bal gewoon worden gevangen of geraakt zonder dathierbij een fout wordt gemaakt. De gemaakte speelfout isdus "bal uit" en de "vangende" partij wint
de rally.
o Indien een speler
wel tracht deze bal te redden, dan is degemaakte fout "bal aangeraakt" door de "vangende
partij".
� Zie ook
commentaar regel 5.2.3.4
10.2 BAL RAAKT HET NETDe bal mag, terwijl hij over het net gaat, het net raken. 10.1.1
10.310.3.110.3.2BAL IN HET NETDe bal die in het net wordt gespeeld, mag binnen demogelijkheid van driemaal aanraken door de ploeg weerworden gespeeld.
Commentaar:
� Regel 8.4 geeft
aan dat een bal die het net buiten de zijbandenraakt, fout is. Regel 10.3.1 heeft dus alleen betrekking op eenbal die het net op of binnen de zijbanden raakt.
Indien door de bal de mazen van het net stuk gaan of het netnaar beneden komt, wordt de rally ongeldig verklaard enovergespeeld.
9.1
11 SPELER BIJ HET NET
11.111.1.1OVER HET NET HEEN REIKEN
Commentaar:
� Blokkeren van
een bal (volgens de situatie van regel 10.1.2)buiten de antenne is fout.
Bij het blokkeren mag de blokkeerder de bal over het netheen aanraken, mits hij de tegenstander voor of tijdens diensaanvalsslag niet hindert.
14.1,14.3september 2005 Pagina 36 van 86
Regel zie ook:11.1.2
Commentaar.
� Een speler van
ploeg A en een speler van ploeg B raken de balgelijktijdig aan. De speler van ploeg A komt hierbij met zijnhand(en) over het net boven het veld van ploeg B. De spelervan ploeg A maakt dan een fout.
Na een aanvalsslag mag een speler met zijn hand over hetnet komen, mits het contact met de bal in zijn eigenspeelruimte heeft plaatsgevonden.
Commentaar.
� Indien tijdens
een aanvalsslag een deel van de hand (bijv. depols) de bal aan de eigen kant van het net raakt, maar eenander deel van de hand (bijv. de vingers) over het net heen debal raakt, is dat fout.
11.211.2.111.2.211.2.2.111.2.2.211.2.3ONDER HET NET DOORKOMENHet is toegestaan onder het net door in de ruimte van detegenpartij te komen, mits die ploeg hierbij niet in haar spelwordt gehinderd.
Commentaar.
� Komt een speler
van ploeg A op de middenlijn met een voet incontact met (trappen op, stoten tegen) een voet van een spelervan ploeg B, dan is dat slechts fout als dit, naar de mening vande scheidsrechter, met opzet geschiedt. Een aanraking perongeluk moet dus niet worden afgefloten. Een en ander geldtook als een aanvaller en een blokkeerder bij het neerkomen opde middenlijn elkaars voet(en) raken, dan wel als bij hetdoorveren de knie�n van betrokkenen elkaar boven demiddenlijn raken
Over de middenlijn heen het veld van de tegenpartij aanraken:Het aanraken van het veld van de tegenpartij met ��n of beidevoet(en) dan wel hand(en) is toegestaan, mits hierbij een deelvan deze voet(en) of hand(en) in contact c.q. de projectie ervanboven de middenlijn blijft.
Commentaar:
� Het raken van
het veld van de tegenstander is echterverboden indien de situatie, zoals beschreven in 11.2.2.1gebeurt �p of direct b�ven het verlengde van de middellijn endient de tweede scheidsrechter hiervoor te fluiten.
Het aanraken van het veld van de tegenpartij met enig anderlichaamsdeel is verboden.Een speler mag op het veld van de tegenpartij komen nadatde bal uit het spel is.
Commentaar:
� Komen op het
veld van de tegenstander om de wedstrijdbal opte halen, is niet hetzelfde als het aanraken van het speelveldvan de tegenpartij tijdens of na een rally.
� Als het spel
dood is en ploeg A moet gaan serveren, maar debal is nog op de speelhelft van ploeg B, dan moet deze ploeg debal op de snelst mogelijke wijze ter beschikking van ploeg Astellen. Het is een speler van ploeg A niet toegestaan de bal
vaneen speler van ploeg B af te pakken, of de bal in, naast of
achterhet veld van ploeg B te gaan ophalen. Iedereen blijft dus inprincipe op de eigen speelhelft. Bij het drie-ballen-systeem
moetde bal zo snel mogelijk over de dichtstbijzijnde zijlijn worden
1.3.3, T 11 (22)1.3.311.2.2.1,T 11 (22)8.2september 2005 Pagina 37 van 86
Regel zie ook:11.2.4
gerold.
Spelers mogen in de vrije zone van de tegenpartij komen,mits deze hierbij niet in haar spel wordt gehinderd.
Commentaar.
� Indien in geval
van regel 10.1.2 de bal buiten de passeerzonenaar het veld van de tegenstander is gespeeld, mag de spelervolgens regel 11.2.1. onder het net door naar de vrije zone vande tegenstander gaan, zonder het veld van de tegenstander aante raken. Indien hier echter de voorvoet het veld van detegenstander raakt, is er bij doorlopen naar de vrije zone van
detegenstander geen projectie van de voet boven de middenlijn enis de actie dus fout ten gevolge van regel 11.4.3
11.311.3.111.3.211.3.3AANRAKEN VAN HET NETHet aanraken van het net of de antenne is niet fout, tenzij despeler het net of de antenne aanraakt tijdens het spelen van debal of het aanraken het spel be�nvloedt.Sommige speelacties zijn acties waarbij de speler de bal nietecht aanraakt.
Commentaar.
� Het aanraken
van het net is niet fout als dat (ongeacht de plaatsvan de bal) onopzettelijk gebeurt door iemand die op datmoment de bal niet speelt of probeert te spelen. Onder het(proberen te) spelen van de bal vallen hierbij de aanloop, hetopspringen, de aanval- / blok- / passbeweging zelf en hetneerkomen tot stabiele stand. Staat die speler weer op de gronden raakt hij bij het in beweging komen om een andere positie inte nemen (behalve als dit bedoeld is om de bal direct weer tespelen) onopzettelijk het net aan, dan is dit dus niet fout.
� Indien de fout
gemaakt wordt door een speler die in het networdt geduwd door een medeaanvaller tijdens diensaanvalsslag, behoort deze speler tot de actie van deaanvalsslag en is de netaanraking wel fout.
� Het uitvoeren
van een schijnaanval (blok) wordt gelijkgesteldmet het pogen de bal te spelen.
� Het aanraken
van het net na het fluitsignaal voor opslag, maarnog voor deze opslag daadwerkelijk is uitgevoerd, is niet fout.
� Indien een
speler ten gevolge van frustratie hard aan het nettrekt tijdens of na een rally, dient de scheidsrechter twee
zakente onderscheiden:
o indien deze
handeling gericht is op zichzelf of op zijnmedespelers, dient deze actie volgens regel 21.1. bestraft teworden met een waarschuwing (verbaal);
o indien deze actie
gericht is om ofwel de scheidsrechter temisleiden, ofwel ongenoegen uit te drukken met eenscheidsrechterlijke beslissing, dient deze actie bestraft teworden conform regel 21.2.1 (gele kaart).
Na de bal te hebben gespeeld mag de speler de paal, despandraad of elk ander voorwerp buiten de gehele lengte vanhet net aanraken, mits dit het spel niet be�nvloedt.Het is niet fout wanneer een bal in het net wordt gespeeld enhet net daardoor een speler van de tegenpartij raakt.
11.4.4,24.3.2.3
11.4 FOUTEN VAN EEN SPELER BIJ HET NET
september 2005 Pagina 38 van 86
Regel zie ook:11.4.111.4.211.4.311.4.4HINDEREN: een speler raakt de bal of een tegenstander aanin de ruimte van de tegenstander voor of tijdens diensaanvalsslag.ONDER HET NET DOORKOMEN: een speler komt onder hetnet door in de ruimte van de tegenpartij en hindert dezedaarbij in haar spel .AANRAKEN VAN HET SPEELVELD: een speler raakt over demiddenlijn heen het speelveld van de tegenpartij aan.NET OF ANTENNE AANRAKEN: een speler raakt het net of deantenne bij het spelen van de bal of het aanraken be�nvloedthet spel.
Commentaar.
� Als een speler
na het uitvoeren van een aanvalsslag met dehand over het net komt, waarbij hij een tegenstander raakt, moetdat alleen als fout worden aangemerkt als er opzet tot hinderenin het spel is.
� �Het spel
be�nvloeden" houdt meer in dan het daadwerkelijkaanraken van een speler van de tegenpartij. Schrikt eentegenstander blijkbaar, of maakt hij een ontwijkende bewegingom aanraking met die onder het net doorkomende hand of voet,dan wel met die over een hoek van het veld onder het netdoorspringende speler te voorkomen, dan kan dit (terbeoordeling van de eerste of tweede scheidsrechter) als eenfout worden aangemerkt ( regels 11.3.3 en 11.4.2).
� Komt een speler
bij het neerkomen met een deel van de voetover de middenlijn op de grond en daar in aanraking met eenvoet van de tegenstander, dan is dat fout mits deze speler zichgeheel op de eigen speelhelft bevindt en hij daar, terbeoordeling van de scheidsrechter, hinder van ondervindt. (zieook het commentaar bij regel 11.2.1)
11.1.1,T 11 (20)11.2.111.2.2.211.3.1,T 11 (19)
12 OPSLAG
De opslag is het in het spel brengen van de bal door derechtsachterspeler, die zich in de opslagzone bevindt.
Commentaar:
� Het loslaten en
raken van de bal wordt gezien als een actiedoor ��n en dezelfde speler.
8.1,12.4.1
12.112.1.112.1.2EERSTE OPSLAG IN EEN SETDe eerste opslag in de eerste set en in de beslissende vijfdeset wordt uitgevoerd door de ploeg die bij de toss het rechtvan opslag heeft gekregen.De andere sets beginnen met de opslag van de ploeg die inde voorgaande set niet is begonnen.
6.3.2, 7.1
12.212.2.112.2.2OPSLAGVOLGORDEDe spelers moeten de opslagvolgorde, zoals deze op hetopstellingsbriefje staat, aanhouden.Na de eerste opslag in een set wordt de speler die aan debeurt is om op te slaan als volgt bepaald:
7.3.1,7.3.212.1september 2005 Pagina 39 van 86
Regel zie ook:12.2.2.112.2.2.2indien de ploeg die de opslag heeft de rally wint, slaat de
spelerdie tevoren heeft opgeslagen (of zijn vervanger) wederom op;indien de ontvangende ploeg de rally wint, krijgt deze het rechtvan opslag en draait door. De speler die van derechtsvoorplaats op de rechtsachterplaats komt, moet deopslag nemen.
6.1.3, 15.56.1.3, 7.6.2
12.3 TOESTEMMING VOOR DE OPSLAGDe eerste scheidsrechter geeft toestemming voor de opslagnadat hij gecontroleerd heeft dat de beide ploegen speelklaarstaan opgesteld en dat de serveerder de bal heeft.
Commentaar:
� Indien de
serveerder niet op normale wijze naar deopslagzone komt of de bal die hem toegegooid wordt door deballenjongen niet accepteert, kan de ploeg daarvoor eenmaatregel voor spelophouden krijgen
� Het wandelen
met de bal voor het fluitsignaal om te serverennaar de andere zijde van de opslagzone kan aangemerktworden als spelophouden. Het is raadzamer de bal door eenandere speler dan de serveerder toe te laten werpen cq dan pasde bal aan een ballenjongen te vragen als de serveerderspeelklaar staat.
� Als een speler
voor het fluitsignaal de bal opgooit, voor hetmoment dat er gefloten is, dient de scheidsrechter dubbelfout tegeven en de opslag over te laten nemen.
12T 11 (1,2)
12.412.4.112.4.2UITVOEREN VAN DE OPSLAG
Commentaar.
� Uitspraak naar
aanleiding van een bijzondere zaalsituatie: raaktde bal na te zijn opgegooid een obstakel, dan is er toch sprakevan een geldige opslag. Dit betekent:
o valt de bal op de
grond zonder door de serveerder te zijnaangeraakt dat geldt dit als opslag en het recht van opslaggaat over naar de tegenpartij
o vangt de
serveerder de bal op of raakt hij de bal anderszinsaan, dan is dat een opslagfout en gaat het recht van opslagover naar de andere ploeg
o slaat de
serveerder de bal correct over het net, dan is dateen geldige opslag.
De bal moet met ��n hand of een deel van de arm wordengeslagen, na te zijn opgegooid of uit de hand(en) islosgelaten.
Commentaar:
� Uit de hand
serveren (d.w.z. de bal is op het moment vanraken niet vrij van de hand) is fout. Als de scheidsrechter zietdat dit gebeurt, moet hij voor opslagfout fluiten (teken 10).
De bal mag slechts ��nmaal worden opgegooid om teserveren. Stuiteren van de bal of de bal bewegen in de handenis toegestaan.
Commentaar:
� Als de speler
aan opslag de bal heeft opgegooid om te gaanopslaan, ongeacht wat er daarna gebeurt, omdat een anderespeler zou moeten hebben gaan opslaan of omdat hij (deverkeerde speler aan opslag) de bal weer opvangt, wordt ditt�ch beschouwd als een opslagpoging en daarmee maakt dezespeler dus een opslagfout.
T 11 (10)september 2005 Pagina 40 van 86
Regel zie ook:12.4.312.4.412.4.5Op het moment van slaan van de bal of van afzetten vooreen sprongopslag mag de serveerder noch het speelveld(inclusief de achterlijn) noch de vloer buiten de opslagzoneraken. Na het slaan van de bal mag hij in het achterveld ofbuiten de opslagzone stappen of neerkomen.
Commentaar.
� De eerste
scheidsrechter mag het fluitsignaal voor opslag ookgeven als de serveerder (met bal) zich buiten de opslagzonebevindt. Er mag ook van buiten de vrije zone aangelopenworden. Het is denkbaar dat de vrije ruimte minimaal is enbegrensd wordt door een achter / naast het veld liggende loper.De opslagpoging mag van hieruit worden gestart indien de vrijezone niet voldoet aan de minimale eisen (3m) van de spelregels.De serveerder mag dus van buiten de opslagzone aanlopen,mits de serveerder op moment van toestemming voor de opslaggeheel zichtbaar is voor alle spelers van de ontvangende ploegen de scheidsrechter.Op het moment van raken van de bal of van afzetten voor eensprongopslag mag de serveerder echter noch het speelveld ofde achterlijn, noch de vloer buiten de opslagzone aanraken.
� Zie regel 1.4.2
(diepte opslagzone).
� De serveerder
mag bij de opslag de bal boven het speelveldraken en bij het be�indigen van de actie op of over de
achterlijnneerkomen, als de opslag maar achter de achterlijn is ingezet.
� Zie regel 1.4.2
(opslag niet vanaf los liggende loper nemen).
� In de jeugd-C
competitie ligt de serveerlijn op 7m van demiddenlijn. De spelers moeten hierbij de service uitvoerentussen de 7 en de 9-meterlijn. Aanlopen mag wel buiten dezezone. Een sprongservice is bij de jeugd-C wedstrijden niettoegestaan.
� Elke actie, ter
beoordeling van de eerste scheidsrechter,bedoeld om de bal in het spel te brengen, is een opslag.Een fout, gemaakt bij een opslag, wordt met het betreffendeteken aangegeven:
o valt de bal op de
grond na te zijn losgelaten of geraakt doorde serveerder, wordt het "in"-teken (teken 14) cq.
"uit"-teken(teken 15) gegeven
o raakt de bal, na
de opslag door de serveerder, een anderespeler van zijn ploeg, wordt deze actie afgefloten en dit methet teken "touch�" (teken 24) aangegeven.
De serveerder moet de bal binnen acht seconden na hetfluitsignaal voor opslag van de eerste scheidsrechter raken.De opslag die v��r het fluitsignaal van de eerstescheidsrechter wordt uitgevoerd, moet ongeldig wordenverklaard en opnieuw worden genomen.
1.4.2,T 12 (4)12.3,T 11 (11)12.3
12.512.5.112.5.2SCHERMENDe spelers van de ploeg aan opslag mogen de serveerder of debaan van de bal niet door een individueel of groepsscherm aanhet zicht van de tegenpartij onttrekken.Een speler of groep spelers van de ploeg aan opslag maakt eenscherm door op het moment van de opslag de armen tebewegen, te springen, zich zijdelings te bewegen enz. tijdenshet uitvoeren van de opslag of bij elkaar te gaan staan om de
T 11 (12)12.5.212,4T 6september 2005 Pagina 41 van 86
Regel zie ook:baan van de bal aan het zicht te onttrekken.12.612.6.112.6.1.112.6.1.212.6.212.6.2.112.6.2.212.6.2.3FOUTEN TIJDENS / BIJ DE OPSLAGOpslagfouten.Zelfs als de tegenpartij een opstellingsfout maakt, leiden devolgende fouten tot opslagwisseling.De serveerder:houdt de opslagvolgorde niet aanvoert de opslag niet op de juiste manier uit
Commentaar:
� Een rally is
elke fase in het spel die begint door het fluitsignaalvoor opslag van de eerste scheidsrechter en die eindigt dooreen fluitsignaal van de eerste of tweede scheidsrechter. Of debal hierbij het net ��nmaal, meerdere malen of niet passeertdoet, dus niet ter zake. Elke opslag valt derhalve binnen derally. Een opslagfout is dus een fout die tijdens een rally
wordtgemaakt en wordt bestraft met het verlies van die rally (regel6.1.2).Dit houdt onder meer is, dat een opslagfout niet alleen leidt
totovergang van het recht van opslag naar de tegenpartij, maarook tot een punt voor de tegenpartij. Het overschrijden van de
8-seconden-regel valt als opslagfout eveneens onder deze gangvan zaken. Een uitzondering vormt de opslag die v��r hetfluitsignaal voor opslag wordt genomen. Het enige gevolg vandeze opslagfout is: opslag opnieuw nemen.
� Staat de
serverende ploeg in een foute opslagvolgorde (regel12.2) en maakt de andere ploeg een opstellingsfout (regel7.5.1), dan wordt dit de serverende ploeg als fout aangerekend.Dus geen dubbelfout geven. Maken beide ploegen op hetmoment van de opslag een opstellingsfout, dan resulteert dat ineen dubbelfout(regel 7.5.4).
Fouten na het slaan van de bal bij de opslag.Nadat de bal correct is geslagen, wordt de opslag, tenzij eenspeler een opstellingsfout maakt, toch als fout aangemerktals de bal:een speler van de ploeg aan opslag raakt of het verticale vlakvan het net niet passeert;�uit� gaat;over een scherm gaat.
Commentaar.
� Ploeg A
serveert. Ploeg B maakt een opstellingsfout. De balgaat na de opslag over een scherm heen. In een dergelijk gevalmaakt B de fout. De opstellingsfout wordt immers gemaakt ophet moment dat de serveerder de bal raakt, terwijl deschermfout plaats vindt op het moment dat de bal na de opslagover het scherm gaat
12.2.2.2,12.7.112.212.412.4, 12.7.28.4.4, 8.4.5,10.1.1, T 11 (19)8.412.5
12.712.7.112.7.2FOUTEN NA DE OPSLAG EN OPSTELLINGSFOUTENAls de serveerder een fout maakt op het moment van de opslag(foute uitvoering, onjuiste opslagvolgorde, enz.) en detegenpartij een opstellingsfout maakt, wordt de opslagfout alszodanig bestraft.Als daarentegen de opslag juist is uitgevoerd, maar daarna eenfout wordt gemaakt (bijv. "uit" gaat, wordt geschermd
enz.)wordt de opstellingsfout aangemerkt als eerste te zijn gemaakt
7.5.1,7.5.2,12.6.17.5.312.6.2september 2005 Pagina 42 van 86
Regel zie ook:en als zodanig bestraft.
13 AANVALSSLAG
13.113.1.113.1.213.1.3AANVALSSLAGMet uitzondering van de opslag en het blok worden allehandelingen die de bal naar het veld van de tegenpartij doengaan, als aanvalsslag aangemerkt.
Commentaar:
� De bal uit de
opslag mag niet worden aangevallen. De positievan de bal is in dit opzicht belangrijk (in de voorzone envolledig boven het net), niet de positie van de speler.
Bij een aanvalsslag mag de bal met de vingertoppen worden�geplaatst�, mits de aanraking kort is en de bal niet wordtgevangen of gegooid.Een aanvalsslag is voltooid zodra de bal het verticale vlak vanhet net geheel is gepasseerd of door een tegenstander wordtaangeraakt.
12, 14.1.1T 29.2.2
13.213.2.113.2.213.2.2.113.2.2.213.2.313.2.4BEPERKINGEN BIJ DE AANVALSSLAGEen voorspeler mag op elke hoogte een aanvalsslagvoltooien, mits hij hierbij de bal binnen de eigen speelruimteraakt, met uitzondering van de situatie vermeld in regel 13.2.4.
Commentaar:
� De voorzone
(dus ook de aanvalslijn die tot deze zonebehoort) loopt buiten de zijlijnen oneindig door tot het eindevan de vrije zone (regel 1.4.1). Een speler mag de bal vanbuiten de vrije zone van het eigen speelveld terugspelen, dusook via dit eigen speelveld over het net spelen. Voor devoorspelers houdt dit in dat zij hun aanval ook van buiten devrije zone onbelemmerd mogen uitvoeren.
Een achterspeler mag van achter de voorzone op elke hoogteeen aanvalsslag voltooien.Bij zijn afzet mag (mogen) zijn voet(en) de aanvalslijn ofverlengde ervan niet aanraken of overschrijden.Na de aanvalsslag mag hij in de voorzone of het verlengdeervan op de grond komen.
Commentaar:
� Voor de
achterspelers betekent het dat zij hun aanval, als debal geheel boven nethoogte is, slechts van achter dedenkbeeldig verlengde aanvalslijn mogen uitvoeren binnen devrije zone; buiten de vrije zone is dit niet van toepassing.
Een achterspeler mag vanuit de voorzone eveneens eenaanvalsslag uitvoeren indien, op het moment van raken de balniet geheel boven nethoogte is.Geen van de spelers mag vanuit de voorzone of het verlengdeervan een aanvalsslag uitvoeren op een door de tegenpartijopgeslagen bal als, op het moment van raken ervan, de balgeheel boven nethoogte is.
7.4.1.11.4.1, 7.4.1.2,19.3.1.2, T 81.3.41.4.11.4.1,7.4.1.2T 81.4.1
13.3 FOUTEN BIJ DE AANVALSSLAG
september 2005 Pagina 43 van 86
Regel zie ook:13.3.113.3.213.3.313.3.413.3.513.3.6Een speler raakt de bal in de speelruimte van de tegenpartij.Een speler slaat de bal 'uit'.Een achterspeler voltooit vanuit de voorzone een aanvalsslag,terwijl op het moment van raken de bal geheel boven debovenkant van het net is.
Commentaar.
� Een in de
voorzone staande achterspeler voert een aanvalsslaguit op een bal die helemaal boven nethoogte is. Dit is pas foutop het moment dat de bal het net helemaal is gepasseerd ofdoor een blok wordt aangeraakt
Een speler voltooit een aanvalsslag op een door de tegenpartijopgeslagen bal, terwijl deze in de voorzone geheel bovennethoogte is.
Commentaar.
� Van een
verboden aanvalsslag op een door de tegenpartijopgeslagen bal kan alleen sprake zijn zolang de bal zich bovende voorzone en geheel boven nethoogte is. De plaats van de balis hierbij bepalend, niet de plaats waar de speler die de bal
slaatzich afzet. Ook een speler die achter de aanvalslijn afzet mageen door de tegenpartij opgeslagen bal die boven de voorzonegeheel boven nethoogte is dus niet rechtstreeks naar het veldvan de tegenpartij terugspelen.
De Libero voltooit een aanvalsslag in de speelruimte, als op hetmoment van het raken van de bal deze geheel boven nethoogteis.Een fout bij de aanvalsslag wordt ook gemaakt als de Libero debal bovenhands speelt in de voorzone of in het verlengdedaarvan en de toegespeelde bal volledig hoger is dan denetrand op het moment van de aanval.
Commentaar:
� De eerste
scheidsrechter moet fluiten voor verbodenaanvalsslag en de aanvaller aanwijzen.
13.2.18.41.4.1, 7.4.1.2,13.2.3T 11 (21)13.2.4,T 11 (21)19.3.1.2T 11 (21)19.3.1.4T 11 (21)
14 BLOK
14.114.1.1BLOKKERENBlokkeren is de handeling van spelers vlak bij het net omboven de netrand de bal die uit het veld van de tegenpartijkomt, te onderscheppen.Alleen voorspelers mogen een blok voltooien.
Commentaar.
� In de definitie
van blokkeren is dus al sprake van eenblok(poging) als een speler, hoe dan ook, boven het net uitkomtom nabij het net een uit het veld van de tegenpartij komende balte onderscheppen. Een speler die opspringt en met zijn hoofdwel, maar met zijn handen (nog) niet boven nethoogte komtwordt dus al geacht te blokkeren.
� Alleen zij die
nabij het net op enigerlei wijze boven het netuitkomen, worden geacht aan het blokkeren deel te nemen. Eenspeler (voor- of achterspeler) die dit niet doet, neemt dus nietaan de blokactie deel en heeft dus ook niet de rechten en
7.4.1september 2005 Pagina 44 van 86
Regel zie ook:14.1.214.1.314.1.4
plichten van een blokkeerder. Dit geldt ook als hij dicht bijiemand staat die wel op enigerlei wijze boven het net uitkomt.
� Zie ook
commentaar regel 9.3.3
Blokpoging.Als de bal bij de blokhandeling niet wordt aangeraakt, geldt ditals blokpoging.Voltooid blok.Als de bal door een blokkeerder wordt aangeraakt, is sprakevan een voltooid blok.
Commentaar.
� Raakt na een
aanvalsslag de bal zowel de bovenrand van hetnet als een speler van de tegenpartij, dan geldt dat als een
blok.De oorspronkelijk aanvallende ploeg mag de bal daarna dusweer driemaal spelen. Het is hierbij niet van belang of de balzonder de actie van de tegenpartij al dan niet over het net zouzijn gegaan.
Groepsblok.Van een groepsblok is sprake als de blokhandeling wordtuitgevoerd door twee of drie spelers die dicht bij elkaar staan.Een groepsblok is voltooid als ��n van deze spelers de balaanraakt.
T 7
14.2 AANRAKEN VAN DE BAL BIJ HET BLOKKERENOpeenvolgende aanrakingen (snel na elkaar) door ��n of meerblokkeerders zijn toegestaan, mits deze aanrakingen tijdensdezelfde actie plaatsvinden.
Commentaar.
� Bij het
blokkeren mogen de spelers meervoudig contact met debal hebben. Ook mogen zij, als de tegenpartij de aanval heeftafgerond, de bal over het net heen aanraken.
� Als tijdens een
blokactie de bal eerst de handen van ��n ofmeer blokkeerders raakt en daarna het hoofd van ��n van hen,dan valt dat binnen het begrip blokkeren, ook als inmiddels dehanden van de blokkeerder(s) niet meer boven nethoogte zijn. Iser echter sprake van twee duidelijk aparte spelacties (bijv.bewust koppen van de bal na het blokkeren) dan telt de laatstebalaanraking als de eerste maal spelen na het blok door deploeg.
9.1.1, 9.2.3
14.3 OVER HET NET HEEN BLOKKERENTijdens het blokkeren mogen de spelers met de handen enarmen over het net heen komen, mits hierbij de tegenpartij nietin haar spel wordt be�nvloed. Het is derhalve niet toegestaan
debal over het net heen aan te raken voordat de aanvalsslag vande tegenpartij is uitgevoerd.
Commentaar.
� Over het net
heen blokkeren en daarbij de bal gelijktijdig met deaanvaller raken is fout. Boven het eigen veld blokkeren endaarbij de bal gelijktijdig met de aanvaller raken is niet fout
vande blokkeerder. De aanvaller maakt een fout indien deze de balraakt als de bal volledig over het net is.
� De blokkeerder
heeft het recht om elke bal te spelen in deruimte van de tegenstander boven het net mits:
o de bal na het
eerste of tweede contact van de tegenstandernaar zijn zijde van het net komt �n
o er geen
tegenstander dicht genoeg bij het net is in dat
13.1.1september 2005 Pagina 45 van 86
Regel zie ook:
gedeelte van het speelveld om de bal nog te kunnen spelen.
� Als de
tegenstander echter dichtbij de bal is en in staat om debal te kunnen spelen, maakt de blokkeerder een fout als hij debal speelt aan de zijde van de tegenstander tijdens of voor deactie van de tegenstander.
� Na het voor de
derde maal raken van de bal mag elke balgeblokkeerd worden door de blokkeerder in de ruimte van detegenstander
14.414.4.114.4.2BLOK EN AANRAKINGEN DOOR DE PLOEGHet aanraken van de bal door een blok telt niet mee alsaanraking door de ploeg. Na een aanraking door een blok magde ploeg bij het naar de tegenpartij terugspelen van de bal dezedus nog driemaal aanraken.Na een blok mag elke speler, ook als hij tijdens het blokkerende bal heeft aangeraakt, deze als eerste weer spelen.
Commentaar.
� Zie regel 14.2.
(de bal raakt eerst de handen van eenblokkeerder en daarna diens hoofd)
9.1
14.5 BLOKKEREN VAN DE OPSLAGDe opslag van de tegenpartij mag niet worden geblokkeerd.14.614.6.114.6.214.6.314.6.414.6.5FOUTEN BIJ HET BLOKKERENEen blokkeerder maakt een fout als:hij de bal over het net heen aanraakt v��r of gelijktijdig met
deaanvalsslag van de tegenpartij;
Commentaar.
� Ploeg A speelt
-al dan niet na de derde aanraking- de balevenwijdig aan het net. Ploeg B mag een dergelijke bal niet overhet net heen aanraken. Er is immers geen "bal die uit het
veldvan de tegenpartij komt" (definitie van blokkeren in regel
14.1).
� Zie regel 14.1
(van deelnemen aan een blok is alleen sprake alsbetrokkene op enigerlei wijze boven nethoogte komt).
hij als achterspeler of Libero een blok voltooit of deelneemt
aaneen voltooid blok;
Commentaar.
� Neemt een
achterspeler deel aan een blok, waarvan een derblokkeerders door de bal wordt aangeraakt, dan is dieachterspeler fout, ook als hijzelf die bal niet raakt en
ongeachtwaar de bal na de blokactie heen gaat. Wordt geen van deblokkeerders door de bal aangeraakt, dan is er slechts sprakevan een "blokpoging" en is een daaraan deelnemendeachterspeler niet fout, de Libero echter wel (regel 14.6.6)
hij de opslag van de tegenpartij blokkeert;
Commentaar.
� De door de
tegenpartij opgeslagen bal mag uiteraard door deontvangende ploeg wel als pass of set-up worden verwerkt, ookals deze nog in de voorzone geheel boven nethoogte is.
de bal na het blokkeren "uit" gaat;hij de bal buiten een antenne om over het net heen blokkeert;
Commentaar.
T 11 (12)14.314.1, 14.5,19.3.1.314.58.4september 2005 Pagina 46 van 86
Regel zie ook:14.6.6
� Blokkeert een
speler een bal die buiten de zijband over het netdreigt te gaan zodanig aan zijn eigen kant van het net, dat dezebal het net niet helemaal passeert, dan is die actie ten gevolgevan regel 10.1.2 & 10.1.2.2 fout, daar de tegenstander deze
balhad kunnen redden. De speler in kwestie dient van deze bal afte blijven.
hij als Libero aan een blokpoging (individueel of groepsblok)deelneemt.
14.1,19.3.1.3september 2005 Pagina 47 van 86
Hoofdstuk 5 SPELONDERBREKINGEN en SPELOPHOUDEN
Regel zie ook:
15 REGLEMENTAIRE SPELONDERBREKINGEN
De reglementaire spelonderbrekingen zijn de time-outs en despelerswissels.
15.4, 15.5
15.1 AANTAL REGLEMENTAIRE SPELONDERBREKINGENElke ploeg heeft recht op ten hoogste twee time-outs en zesspelerswissels per set.
Commentaar:
� Een coach heeft
het recht aan de tweede scheidsrechter hetaantal verbruikte spelerswisselingen cq time-outs te vragen.Hierbij gaat het om het aantal door de ploeg gebruikte time-outsen spelerswissels. Of voor ��n of meer spelers persoonlijk dewisselmogelijkheden al of niet zijn uitgeput, is hier niet aan
deorde. De tweede scheidsrechter moet de vraag van eenaanvoerder of coach of een bepaalde wissel nog mogelijk isbeantwoorden. Hij hoeft echter niet eigener beweging tewaarschuwen dat in de lopende set bepaalde spelers, binnenregels 15.6.2 en 15.6.3, niet meer tegen elkaar mogen wordengewisseld.
6.2, 15.4,15.5
15.215.2.1AANVRAAG VAN REGLEMENTAIRE SPELONDERBREKINGENSpelonderbrekingen mogen uitsluitend door de coach of deaanvoerder in het veld worden aangevraagd.De aanvraag geschiedt door het met de hand zichtbaar makenvan het betreffende teken als de bal uit het spel is en v��rfluitsignaal voor opslag.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
is hetverplicht gebruik te maken van een zoemer en daarna hetbetreffende teken te maken.
Commentaar.
� In de
Nederlandse competitie is het gebruik van een zoemeralleen in de eredivisie verplicht gesteld. Voor de overige
divisiesen klassen geldt het met de hand zichtbaar maken van hetbetreffende teken.
� Indien de
tweede scheidsrechter vergeet een time-out ofspelerswissel te melden is dat geen fout waartegen een coachkan protesteren cq juryberaad kan aanvragen.Indien er geen coach aanwezig is, dient voornoemde informatiedoor de eerste scheidsrechter te worden doorgegeven aan deaanvoerder in het veld.
� Een door de
coach gedane aanvraag voor een spelerswissel isrechtsgeldig en kan door de aanvoerder niet teniet wordengedaan (andersom geldt ook).
� Een
aangevraagde en door een scheidsrechter toegestanespelerswissel mag worden ingetrokken. Dit moet echter wel alsspelophouden worden aangemerkt.
� Aanvoerder en
coach vragen gelijktijdig een spelonderbrekingaan. De een voor time-out, de ander voor een spelerswissel. Inde regel wordt de aanvraag voor een time-out eerdergehonoreerd.Als de aanvrager van de wissel spijt krijgt van zijn aanvraag,dan mag hij deze intrekken. Uiteraard kunnen ook time-out en
5.1.2, 5.2,158.2, 12.3,T 11 (4, 5)september 2005 Pagina 48 van 86
Regel zie ook:15.2.2
spelerswissel doorgang vinden.
� Een
spelonderbreking mag ook tijdens de veldwisseling in debeslissende set worden aangevraagd. Zij mag pas wordenuitgevoerd nadat de procedure van wisselen van speelhelft isbe�indigd.
� Als een
scheidsrechter een verzoek tot een reglementairespelonderbreking (time-out of spelerswissel) toestaat, moet hijdit door middel van het desbetreffende scheidsrechtersteken �neen fluitsignaal kenbaar maken.
� Als de tweede
scheidsrechter voor een aangevraagdespelonderbreking heeft gefloten, mag de eerste scheidsrechterniet ook nog eens fluiten. Wel moet hij het desbetreffendescheidsrechtersteken herhalen als de aanvoerder daaromvraagt.
Een spelerswissel mag voor de aanvang van een set wordenaangevraagd. Deze moet dan als reglementaire spelerswissel indie set worden genoteerd.
7.3.4
15.315.3.115.3.2OPEENVOLGING VAN SPELONDERBREKINGEN
Commentaar:
� Tijdens een
time-out en tijdens een spelonderbreking voor deverzorging van een geblesseerde speler mag een spelerswisselworden aangevraagd.
Per ploeg mogen opeenvolgend, zonder dat het speltussentijds hervat behoeft te worden, ��n of twee time-outs en��n spelerswissel plaatsvinden.Een ploeg mag echter niet twee spelerswissels na elkaaraanvragen zonder dat het spel tussentijds is hervat. Twee ofmeer spelers mogen tijdens dezelfde spelonderbreking wordenvervangen.
15.4, 15.515.5, 15.6.1
15.415.4.115.4.2TIME-OUTS EN TECHNISCHE TIME-OUTSAlle aangevraagde time-outs duren 30 seconden.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
geldt:
� Set 1 t/m set 4:Twee extra technische time-outs van ieder 60 seconden, dieautomatisch worden toegekend als de voorstaande ploeg op 8of 16 komt.
� In de beslissende
(vijfde) set zijn er geen technische time-outsen mogen er door elke ploeg twee reglementaire time-outs van30 seconden worden aangevraagd.
Commentaar.
� De spelregels
geven aan dat er bij wereldcompetities enoffici�le competities van de FIVB technische time-outs wordentoegepast. Deze regel geldt NIET voor wedstrijden lager dan deeredivisie. Bij deze wedstrijden heeft iedere ploeg in alle setstwee vrij opneembare time-outs.
� In het
nationale bekertoernooi is deze regel ook van toepassingindien er twee eredivisie ploegen tegen elkaar spelen.
Tijdens alle time-outs moeten de veldspelers naar de vrije zonenabij hun spelersbank gaan.
Commentaar.
� Tijdens een
time-out gaan de spelers uit het veld naar de vrijezone nabij hun spelersbank, d.w.z. ze gaan naar hun coach toe.
T 11 (4)15.3.16.3.2september 2005 Pagina 49 van 86
Regel zie ook:
Het veld is dan vrij en kan eventueel worden gedweild.Internationaal is het gebruikelijk dat de coach het overleg metzijn spelers staande, nabij zijn plaats op de bank, voert. Ook
dewisselspelers mogen staande bij dit overleg aanwezig zijn. Deregel dat de coach en de wisselspelers alleen zittend op debank aanwijzingen mogen geven is op dat moment niet vantoepassing. De coach gaat dus niet naar zijn spelers toe, maarzij komen bij hem. Heeft een ploeg geen coach, dan gaan despelers toch naar de vrije zone nabij hun spelersbank. Is daarniet veel ruimte, dan gaan zij op of nabij de zijlijn daar terplaatse staan. Zij blijven dus niet duidelijk in het veld staan,maar maken dit veld vrij, ook als zijzelf of hun coach overleg
nietnodig vinden. Ondanks het feit dat de bank niet tot de vrije
zonebehoort, mogen de spelers tijdens een time-out rustig op debank gaan zitten, daar ze dan de intentie van de regel, hetvrijmaken van het speelveld volgen.
15.5 SPELERSWISSELSEen spelerswissel is (nadat de teller e.e.a. heeft vastgelegd ophet wedstrijdformulier) het verlaten van het speelveld door eenspeler, waarbij een andere speler diens plaats inneemt(uitgezonderd de Libero). Voor een spelerswissel istoestemming van de scheidsrechter nodig.
Commentaar.
� voor de
beperkingen: zie regel 15.6
� voor de
spelersvervangingen met een Libero: zie regel 19.3.2
� In verband met
een scheidsrechterlijke beslissing vraagt eenploeg een spelonderbreking (wissel of time-out) aan enrealiseert deze. De scheidsrechter herziet daarna echter zijnaanvankelijke beslissing. De al gerealiseerde spelonderbrekingmag dan worden herroepen en geannuleerd, ook voor watbetreft het totaal aantal toegestane spelonderbrekingen (ookregel 15.1).
� Als de coach om
een spelerswissel vraagt, dient hij het offici�leteken hiertoe te geven. Als hij enkel opstaat en / of roept, kan
descheidsrechter niet weten wat er bedoeld wordt en hoeft hij niette reageren.
T 11 (5)15.10, 19.3.2
15.615.6.1BEPERKING VAN HET AANTAL SPELERSWISSELSEen ploeg mag ten hoogste zes spelerswissels per setuitvoeren. E�n of meer spelers mogen gelijktijdig wordengewisseld.
Commentaar.
� Na het
overhandigen van het opstellingsbriefje en het noterenhiervan op het wedstrijdformulier mag (nog voor het spel isbegonnen) een reglementaire wissel worden aangevraagd enuitgevoerd. Het onderling van plaats veranderen van spelers inde basisopstelling is hierbij niet toegestaan.
� Indien er meer
dan ��n spelerswissel wordt aangevraagd,dient de coach hiertoe direct na het offici�le handteken hetaantal vingers te tonen van het aantal te wisselen spelers.Deze wissels dienen per paar te geschieden binnen dewisselzone. Teneinde het zicht van de teller niet te ontnemen,dient de tweede scheidsrechter op de kruising te staan van dewisselzone en de zijlijn, en de twee (derde) te wisselen speleruit de wisselzone te sturen. Nadat het eerste paar door de
september 2005 Pagina 50 van 86
Regel zie ook:15.6.215.6.3
teller correct is bevonden en administratief verwerkt is, kan devolgende spelerswissel plaatsvinden.
Een speler uit de basisopstelling mag het spel verlaten enweer terugkomen, doch slechts op zijn oorspronkelijke plaatsin de opstelling. Hij mag dit slechts ��nmaal per set doen.Een wisselspeler mag slechts ��nmaal per set op de plaatsvan een speler uit de basisopstelling worden ingezet. Hij kandan slechts weer door diezelfde speler uit de basisopstellingworden vervangen.
7.3.17.3.1
15.7 UITZONDERLIJKE SPELERSWISSELEen geblesseerde speler (uitgezonderd de Libero), die nietverder kan spelen, moet reglementair worden gewisseld. Als ditniet mogelijk is, heeft de ploeg recht op een uitzonderlijkespelerswissel, die niet aan de normen van regel 15.6 voldoet.Bij een uitzonderlijke spelerswissel mag elke speler(uitgezonderd de Libero of zijn vervanger), die niet in het veldstaat op het moment dat de blessure plaatsvindt, de plaats vande geblesseerde speler innemen. De geblesseerde speler dieuitzonderlijk gewisseld is, mag gedurende de rest van dewedstrijd niet meer terugkeren in het veld.Een uitzonderlijke spelerswissel telt in geen enkel geval meevoor het aantal spelerswissels.
Commentaar:
� De tweede
scheidsrechter is bevoegd te beoordelen of hetverantwoord is, dat een speler na het oplopen van een blessureal dan niet verder speelt. In verband hiermede mag hij eventueeleen spelerswissel opleggen of - als dit niet mogelijk is - dewedstrijd afbreken.
� Bij het
constateren van een blessure moet de scheidsrechterafhankelijk van de situatie optreden. Een korte onderbreking vanhet spel voor iemand die even loopt te hinken is toegestaan.Een wat langerdurend oponthoud voor de verzorging in het veldvan een wat ernstiger blessure en het daarna uit het veld dragenvan betrokkene kan ook toelaatbaar zijn. In alle andere gevallenmoet strikt volgens de regels worden gehandeld, d.w.z. snelreglementair of eventueel uitzonderlijk vervangen. Kan dit niet,dan een pauze voor verzorging van ten hoogste 3 minutenopleggen.
� Bij het
constateren van een ernstige blessure in het veld, moetde scheidsrechter direct de rally affluiten en dubbelfout gevenen de blessure voorrang geven om te laten behandelen.
� Een speler die
door een blessure zelf niet meer redelijk aan hetspel deel kan nemen, moet het speelveld verlaten, ongeacht degevolgen voor de ploeg.
� Bij het hier
vermelde uitzonderlijk wisselen gaat het om spelersdie op zichzelf bij de betreffende wedstrijd wel speelgerechtigdzijn (voor de wedstrijd op het wedstrijdformulier genoteerd en
decontrole persoon-kaart-wedstrijdformulier heeft plaatsgevonden)maar die op dat moment niet reglementair op die plaats mogenworden ingewisseld. Iemand van wie de kaartcontrole nog nietheeft plaatsgevonden, mag bij een blessure dus niet invallen.
� Als bij een
blessure een uitzonderlijke spelerswissel nodig is,mogen hierin naar keuze van de aanvoerder of de coach, alle opdat moment op de bank zittende en / of in de opwarmruimteverblijvende spelers worden betrokken, ongeacht of (en zo ja:
15.6,19.3.3september 2005 Pagina 51 van 86
Regel zie ook:
waar) zij in de lopende set al in het veld zijn geweest.
� Een wegens een
blessure uitzonderlijk gewisselde speler kanuiteraard niet meer worden ingewisseld. Wordt zo'nspelerswissel aangevraagd, dan moet hiertegen conform regel16 (spelophouden) worden opgetreden. Deze speler mag, na deverzorging, wel op de spelersbank plaats nemen.
15.8 SPELERSWISSEL BIJ �UIT HET VELD STUREN�of DISKWALIFICATIEEen uit het veld gestuurde of gediskwalificeerde speler moetreglementair worden gewisseld. Als dit niet mogelijk is, wordtzijn ploeg onvolledig verklaard.
Commentaar.
� Zie regel
6.4.3. (gevolgen van onvolledig verklaren).
6.4.3, 7.3.1,15.6, 21.3.2,21.3.3
15.915.9.1ONREGLEMENTAIRE SPELERSWISSELEen spelerswissel is, behalve in geval van regel 15.7,onreglementair als deze niet voldoet aan de voorwaarden die inregel 15.6 zijn aangegeven.
Commentaar.
� Er kan een
spraakverwarring zijn tussen de begrippen "onjuisteverzoeken" en "onreglementaire spelerswissel".Een "onjuist verzoek" (regel 15.6) is een verzoek dat
op datmoment of door die persoon niet had mogen worden gedaan.Hiertoe behoort ook het aanvragen van een 7e wissel of een 3etime-out in ��n set. Zo'n aanvraag moet worden afgewezen.Als het verzoek niet heeft geleid tot be�nvloeding van het
spel,inclusief spelophouden en het de eerste maal in die wedstrijdwas, wordt er verder geen straf opgelegd. Heeft het wel geleidtot spelophouden en / of was er sprake van herhaling in diewedstrijd, dan wordt gestraft voor spelophouden (regels 16.1.1en 16.2).Bij een "onreglementaire spelerswissel" (regel 15.9)
gaat het omspelers die op de gevraagde wijze (strijdig met de regel 15.6.2
&15.6.3) niet tegen elkaar mogen worden gewisseld. Eenaanvraag voor zo'n wissel moet (uiteraard) ook wordengeweigerd en de ploeg moet worden gestraft wegensspelophouden (regel 16). Voor alle volledigheid zij hieraangetekend, dat volgens de letterlijke bewoording van regel15.6.3 het overschrijden van het aantal toegestanespelerswissels (dus het aanvragen van een 7e wissel) eigenlijkook "onreglementair" zou moeten worden genoemd. De
redactievan regel 15.11.1.4 laat er echter geen twijfel over bestaan dathet aanvragen van een 7e wissel als "onjuist verzoek"
moetworden bestraft. Wordt het feit, dat de aanvraag voor een wissel"onjuist" of "onreglementair" was, niet
direct geconstateerd,waardoor de betrokken speler in het veld komt, maar wordt dezefout nog voor de eerstvolgende spelhervatting (fluitsignaal vooropslag) opgemerkt, dan moet de fout alsnog direct wordenhersteld, waarbij in geval van een "onjuist verzoek"
in hetalgemeen sprake is van spelophouden, zodat -evenals in gevalvan een "onreglementaire wissel"- bestraffen wegensspelophouden op zijn plaats is. Wordt de fout pas naspelhervatting opgemerkt, dan is in beide gevallen sprake vangespeeld hebben in een foute opstelling en moetdienovereenkomstig worden gehandeld (ook regel 15.9.2).
september 2005 Pagina 52 van 86
Regel zie ook:15.9.215.9.2.115.9.2.215.9.2.3Als een ploeg een onreglementaire spelerswissel heeftuitgevoerd en het spel is hervat moet als volgt wordengehandeld:de ploeg wordt bestraft met het verlies van de rallyde spelerswissel wordt hersteldde punten die de in overtreding zijnde ploeg na het maken vande fout heeft behaald, worden geannuleerd. De punten van detegenpartij blijven gehandhaafd.
Commentaar.
� Een
onreglementaire wissel blijft een wissel. Decorrigerende terugwisseling is ook een wissel. Het herstellenvan een onreglementaire wissel heeft de ploeg dus tweewisselbeurten gekost. Bovendien blijven de gevolgen van uit-,resp. ingewisseld zijn en omgekeerd van de betreffende spelersvan kracht. Een en ander geldt niet als de foute wissel in feitedirect wordt opgemerkt en nog voor het fluitsignaal voorspelhervatting (= de volgende opslag) wordt hersteld.
� Het aanvragen
van een onreglementaire wissel wordt, als heteen verkeerde wissel (strijdig met de regels 15.6.1 &
15.6.2)betreft, conform regel 16 (spelophouden) bestraft. Gaat het omhet aanvragen van de 7e wissel in die set (strijdig met regel15.6.1), dan moet conform regel 15.11worden opgetreden.Is een aanvraag van een spelerswissel niet slechts de 7e in dieset maar betreft het bovendien een verkeerde wissel, dan moetdie aanvraag conform regel 15.11.1.4 worden bestraft.
8.16.1.3
15.1015.10.115.10.215.10.3DE PROCEDURE BIJ SPELERSWISSELSSpelerswissels moeten binnen de wisselzone op eigenspeelhelft worden uitgevoerd.Een spelerswissel duurt slechts zolang als nodig is voor hetnoteren ervan op het wedstrijdformulier en voor het betreden /verlaten van het speelveld door de spelers.Op het moment van de aanvraag moet(en) de in te wisselenspeler(s) speelklaar nabij de wisselzone staan.Als dit niet het geval is, wordt de spelerswissel niet
toegestaan.Dit leidt tot een maatregel voor spelophouden voor de ploeg.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
en deeredivisie moeten genummerde bordjes (1 t/m 18) worden gebruiktom het wisselen te vergemakkelijken.
Commentaar.
� Er wordt op
gewezen dat het bovenstaande geldt voor de in tewisselen speler, niet voor de het veld verlatende speler. Is
dezespeler de oorzaak van oponthoud bij de wissel, dan is datgewoon spelophouden en gaat de wissel wel door.
� Het aan komen
lopen van een speler voor een wissel, op hetmoment dat een coach een spelerswissel aanvraagt, is slechtsdan fout, als de speler op het moment van fluiten van descheidsrechter niet in de onmiddellijke nabijheid van de coachis. Is dit het geval, dan gaat de wissel niet door en moet deeerste scheidsrechter de maatregel van spelophoudenopleggen. Is op het moment van een aanvraag voor eendubbele wissel ��n speler in de nabijheid van de coach en detweede speler niet, dan mag slechts de eerste wissel doorgaanen wordt de tweede wissel, zonder maatregel, afgewezen.
� Brengt het
uittrekken van een kledingstuk bij een spelerswisselgeen oponthoud met zich mee, dan behoeft dit uittrekken niet
1.4.3,T 1b15.10.3, 25.2.2.31.4.3, 7.3.3,15.6.316.2september 2005 Pagina 53 van 86
Regel zie ook:15.10.4
als fout te worden aangemerkt. Leidt het uittrekken van eenkledingstuk wel tot rekken van de wisseltijd, dan is dat fout enmoet de straf op het niet speelklaar staan van de in te wisselenspeler worden toegepast. Ook in het eerste geval moet dewisselspeler wel tijdig in de wisselzone staan.
Als een ploeg meer dan ��n spelerswissel wil doorvoeren,moet het aantal bij de aanvraag aangeven worden. Dezespelerswissels moeten dan na elkaar plaatsvinden, tweetal natweetal.
Commentaar.
� Worden twee of
meer spelerswissels gelijktijdig aangevraagd,dan moeten deze na elkaar worden uitgevoerd. Bovendienmoet elk van deze wisselingen apart op de eigen meritesworden beoordeeld. Is ��n van deze spelerswissels"onreglementair" of zou een wissel de 7e in die set
worden(regel 15.11.1.4) dan moet daarvoor de desbetreffende strafworden opgelegd, terwijl de wel correcte wissels zonder meerdoorgang kunnen vinden.
5.215.2.115.3.2
15.1115.11.115.11.1.115.11.1.215.11.1.315.11.1.415.11.215.11.3ONJUISTE VERZOEKEN
Commentaar.
� Op het moment
dat het spel stilligt doordat een scheidsrechterbij vergissing voor de in regel 15.11 bedoelde onjuiste aanvraagvoor spelonderbreking heeft gefloten, heeft geen van de beideploegen het recht een spelonderbreking (time-out ofspelerswissel) aan te vragen. Het spel moet eerst door middelvan een opslag worden hervat.
� Zie commentaar
bij regel 15.9.1 (verschil tussen "onjuisteverzoeken" en "onreglementaire spelerswissel").
� Het eerste
onjuiste verzoek in een wedstrijd wordt, als het speldaardoor niet wordt be�nvloed of opgehouden, zonder verderemaatregelen geweigerd. Wordt het spel wel be�nvloed ofopgehouden, dan wordt dit de ploeg als spelophoudenaangerekend. Een tweede en eventueel volgend onjuist verzoekin dezelfde wedstrijd wordt steeds bestraft als spelophouden(teken 25).
Het is onjuist een onderbreking aan te vragen:tijdens een rally, dan wel op het moment van of na hetfluitsignaal voor opslag;door een lid van de ploeg, dat daartoe niet gerechtigd is;ten behoeve van een spelerswissel voordat het spel na eenvorige spelerswissel door dezelfde ploeg is hervat;nadat het toegestane aantal time-outs en spelerswissels isbenut.Het eerste onjuiste verzoek dat het spel niet be�nvloedt ofophoudt, moet worden afgewezen. Deze afwijzing heeft geenverdere gevolgen.Een herhaald onjuist verzoek is een vorm van spelophouden.
156.1.3, 15.2.115.2.115.3.215.116.116september 2005 Pagina 54 van 86
Regel zie ook:
16 SPELOPHOUDEN
16.116.1.116.1.216.1.316.1.416.1.5VORMEN VAN SPELOPHOUDEN
Commentaar.
� Alle vormen van
spelophouden en de hierbij te nemenmaatregelen zijn systematisch in ��n regel samengebracht.Spelophouden komt dus niet in de rubriek "wangedrag"
voor.Het bijzondere hierbij is dat spelophouden als eenploeggebeuren wordt aangemerkt. Maatregelen: de eerste keerspelophouden leidt tot een "waarschuwing" (teken 25).
Detweede en elke volgende keer spelophouden in die wedstrijd inwelke vorm door welk lid van die ploeg dan ook, levert een"bestraffing" (gele kaart) op. Een ploeg kan in een
wedstrijd dusmeer dan ��n bestraffing wegens spelophouden krijgen.
� In geval van
een blessure moet de scheidsrechter het spelstilleggen, respectievelijk wachten met fluiten voor de opslag.Als na een korte onderbreking, bijvoorbeeld voor iemand dieeven loopt te hinken, de betrokkene niet snel genoeg weerspeelklaar is en de aanvoerder of coach geen spelerswissel(reglementair of uitzonderlijk) aanvraagt, dan moet de tweedescheidsrechter deze spelerswissel opleggen. Het door deaanvoerder of coach niet uit eigen beweging aanvragen vandeze wissel moet niet worden aangemerkt als spelophouden.Als na de spelerswissel de ploeg zich op het betreffende signaalvan de scheidsrechter niet redelijk snel opstelt, dan kan descheidsrechter dit aanmerken als het te lang duren van despelerswissel en als spelophouden bestraffen.In dit soort gevallen zal de scheidsrechter dus altijd
situatief,d.w.z. afhankelijk van de situatie van dat moment, moetenhandelen en niet te snel een waarschuwing geven.
� Zoals uit de
tweede zin van 16.1 blijkt, is de hier gegevenopsomming niet limitatief. Als een coach, verzorger ofwisselspeler door zijn gedrag het spel ophoudt, is dit ook fout.
Onjuist gedrag van een ploeg, waardoor spelhervatting wordtvertraagd, wordt beschouwd als spelophouden. Hiertoe wordenonder meer gerekend:te lang laten duren van een spelerswissel;
Commentaar:
� Zie regel 15.9
(aangevraagde wissel is niet alleen de 7e
wisselin die set, maar ook onreglementair).
� Zie regel
15.10.2 (wisselspeler moet nog kledingstuk uittrekken).
andere spelonderbrekingen laten voortduren na gemaand tezijn het spel te hervatten;aanvragen van een onreglementaire spelerswissel;
Commentaar.
� Vraagt een
aanvoerder of een coach gelijktijdig tweeonreglementaire spelerswissels aan, dan wordt dit beschouwdals ��nmaal spelophouden.
herhalen van een onjuist verzoek;het ophouden van het spel door een lid van de ploeg.
Commentaar.
� Een schoenveter
vastmaken, een bril rechtbuigen envergelijkbaar oponthoud behoeft niet direct als spelophouden te
15.10.21515.915.11.2september 2005 Pagina 55 van 86
Regel zie ook:
worden bestraft. Is een en ander naar de mening van descheidsrechter echter een verkapte vorm van tijdrekken, dan zalde scheidsrechter zich wat formeler moeten opstellen eninderdaad de desbetreffende sanctie nemen.
� Het verlies van
een contactlens is volledig voor risico van debetreffende speler. Geen oponthoud mag worden gegeven voorhet zoeken en ook niet voor de tijd benodigd voor het inzettenvan een reservelens. Wisselen of doorspelen met een lens is deenige oplossing.
� Te laat
inleveren van opstellingsbriefjes.
16.216.2.116.2.1.116.2.1.216.2.216.2.316.2.4MAATREGELEN BIJ SPELOPHOUDENDe maatregel voor een waarschuwing en bestraffing wegensspelophouden gelden voor de ploeg.Maatregelen voor spelophouden blijven de gehele wedstrijdvan kracht.Alle maatregelen voor spelophouden worden vermeld op hetwedstrijdformulier.De eerste maal spelophouden door een lid van de ploeg in eenwedstrijd leidt tot een waarschuwing wegens spelophouden.
Commentaar.
� Na een
maatregel voor spelophouden moet eerst een rallygespeeld worden voordat een nieuw verzoek tot eenspelerswissel gehonoreerd kan worden.
� Bij
spelophouden voor de aanvang van een set moet analoogaan regel 21.5 worden gehandeld.
De tweede en daarop volgende malen spelophouden, van welkevorm dan ook, door welk lid van de ploeg dan ook in dezelfdewedstrijd betekenen een fout en leiden tot een bestraffingwegens spelophouden: verlies van een rally.Maatregelen voor spelophouden v��r of tussen de sets wordenvan kracht in de daaropvolgende set.
6.325.2.2.64.1.1, 6.3T 11 (25)6.1.3T 11 (25)6.3, 18.1
17 UITZONDERLIJKE SPELONDERBREKINGEN
17.117.1.1Blessure.Bij een ernstig ongeval moet de scheidsrechter, als de bal inhet spel is, het spel onmiddellijk stopzetten en toestaan dat ophet veld medische hulp wordt verleend.De rally wordt daarna overgespeeld.
Commentaar.
� Bij het
opmerken van een blessure moet de scheidsrechter hetspel direct stil leggen (dubbelfout). Merkt hij de blessure pas
naafloop van de rally op, dan moet hij de situatie beoordelen.
Heeftde blessure invloed gehad op het spel van de betreffende ploeg,dan dubbelfout geven. Had de blessure geen invloed, dus heeftde ploeg in feite gewoon doorgespeeld of had de ploeg gewoondoor kunnen spelen, dan geen dubbelfout geven, maar blijft hetresultaat van de rally intact. Bij dit laatste kan worden
gedachtaan de situatie dat een speler op dat moment niet aan het speldeelnam en ook de medespelers er niet door werden gehinderdof afgeleid, of de situatie dat een speler de bal hard op zijn
8.16.1.3september 2005 Pagina 56 van 86
Regel zie ook:17.1.2
hoofd kreeg en hierdoor wat "dizzy" werd, maar de bal
daarnarechtstreeks naar tribune, plafond o.i.d. ging en dus voor deploeg niet meer speelbaar was.
Als een geblesseerde speler niet reglementair of uitzonderlijkkan worden vervangen, wordt aan de speler een pauze van drieminuten voor herstel toegestaan; voor dezelfde speler echterslechts ��nmaal in de wedstrijd.Als de speler niet verder kan spelen wordt zijn ploeg onvolledigverklaard.
Commentaar.
� Bij het oplopen
van een blessure tijdens het inspelen dient teworden gehandeld als bij het oplopen van een blessure tijdenshet spelen.
� Zie regel 6.4.3
(gevolgen van onvolledig verklaren door eenblessure).
� Zie regel 15.7
(bij blessure niet te snel een uitzonderlijke wisselopdragen of laten uitvoeren).
� In ��n dood
speelmoment mag geen reglementairespelerswissel worden aangevraagd, als er in dat dodespeelmoment een uitzonderlijke spelerswissel moetplaatsvinden. De uitzonderlijke spelerswissel gaan dan voor. Erkunnen geen twee afzonderlijke spelerswissels plaatsvinden in��n dood speelmoment. Na een volgende rally kan eventueelwel een reglementaire spelerswissel worden aangevraagd.
� Zie regel 15.7
(bij uitzonderlijk wisselen moet de in te wisselenspeler op dat moment wel speelgerechtigd zijn).
� Mochten
inmiddels al 6 wissels gegeven zijn, mag deuitzonderlijke wissel toch doorgang vinden want deze telt,conform regel 15.7, niet mee.
6.3, 15.6,15.76.4.3,7.3.1
17.2 BE�NVLOEDING VAN BUITENAFAls het spel door een van buitenaf komende oorzaak wordtbe�nvloed, moet het spel worden stilgelegd en moet de rallyworden overgespeeld.
Commentaar.
� Voorbeelden van
externe oorzaken die het spel kunnenbe�nvloeden: een bal die vanaf een naastliggend veld hetspeelveld binnen rolt, lekkage dak, overmatige condensvormingop de vloer, etc.
6.1.3
17.317.3.117.3.217.3.2.117.3.2.2LANGDURENDE SPELONDERBREKINGENAls door onvoorziene omstandigheden het spel wordtonderbroken nemen de eerste scheidsrechter, dewedstrijdorganisatie en de jury, als die aanwezig is,maatregelen om de normale toestand te herstellen.In geval van ��n of meer spelonderbrekingen met een totaletijdsduur van niet meer dan vier uur wordt:bij hervatting van de wedstrijd op hetzelfde veld deonderbroken set normaal verder gespeeld (dezelfde stand,spelers en opstellingen); de resultaten van de reeds gespeeldesets blijven gehandhaafd;bij hervatting van de wedstrijd op een ander veld, wordt deonderbroken set vervallen verklaard; de set wordtovergespeeld met dezelfde ploegsamenstellingen enbeginopstellingen; de resultaten van de reeds gespeelde setsblijven gehandhaafd.
6.317.3.11, 7.37.3september 2005 Pagina 57 van 86
Regel zie ook:17.3.3 In geval van ��n of meer spelonderbrekingen met een
totaletijdsduur van meer dan vier uur wordt de gehele wedstrijdovergespeeld.
Commentaar.
� Bij reglement
kan voor de nationale en regiocompetities eenandere regeling worden vastgesteld
6.3
18 PAUZES EN WISSELEN VAN SPEELHELFT
18.1 PAUZESAlle pauzes tussen de sets duren drie minuten.In dit tijdsbestek moet de wisseling van speelhelft plaatsvindenen moeten de opstellingen op het wedstrijdformulier wordengenoteerd.
De pauze tussen de tweede en de derde set kan op verzoek van deorganisatie tot maximaal tien minuten worden verlengd door hetbevoegd gezag.
Commentaar.
� De pauze tussen
alle sets duurt standaard 3 minuten, vanfluitsignaal einde voorafgaande set tot fluitsignaal aanvangnieuwe set. Na 2,5 minuten fluit de tweede scheidsrechter datde ploegen de speelvloer moeten betreden, zodat na controlee.d. de volgende set precies 3 minuten na afloop van de vorigeweer kan aanvangen.
� In de pauze
tussen de sets mogen de spelers zonder daarvoorspeciaal toestemming te vragen de speelruimte verlaten en zichdaarbij ook aan het gezichtsveld van de scheidsrechtersonttrekken
6.218.225.2.1.2
18.218.2.118.2.2WISSELING VAN SPEELHELFTBehoudens in geval van een beslissende set wisselen deploegen na elke set van speelhelft. De andere leden van deploeg wisselen van spelersbank.Zodra in de beslissende set ��n van de ploegen 8 puntenheeft behaald, moet zonder oponthoud van speelhelft wordengewisseld. De opstelling van de spelers blijft onveranderd.Als de wisseling van speelhelft niet op het juiste moment isuitgevoerd, moet zij plaats vinden zodra de vergissing wordtopgemerkt. De stand zoals die is op het moment van wisselenvan speelhelft blijft ongewijzigd.
T 11 (3)7.16.3.2,7.4.1september 2005 Pagina 58 van 86
Hoofdstuk 6 DE LIBERO
Regel zie ook:
19 DE LIBERO
19.119.1.119.1.219.1.3DE AANWIJZING VAN DE LIBEROIedere ploeg heeft het recht een Libero aan te wijzen uit delijst van twaalf spelers.De Libero moet voor de wedstrijd op het wedstrijdformuliergenoteerd worden op de regel die daarvoor speciaal gemaaktis.
Commentaar:
� In de
Nederlandse competitie moeten de gegevens van deLibero ook vermeld worden in de spelerskolom.
� De Libero wordt
ook genoteerd op de speciale regel van hetwedstrijdformulier voordat de coach en/of de offici�leaanvoerder het wedstrijdformulier voorafgaand aan de wedstrijdondertekenen. (zie ook 5.1.1)
De Libero mag niet de offici�le aanvoerder en niet deaanvoerder in het veld zijn.
Commentaar:
� De Libero kan
als coach / assistent-coach fungeren.
4.1.17.3.25
19.2 DE UITRUSTINGDe Libero moet een andere kleur tenue dragen (of hesje voorde vervanger van de Libero) in contrast met de overige spelersvan de ploeg.Het tenue van de Libero mag een ander ontwerp hebben, maarmoet voorzien zijn van een nummer zoals bij de andereploegleden.
Commentaar:
� Indien de ploeg
speelt in een donker tenue, dan moet de Liberospelen in een licht tenue en omgekeerd.
� Het contrast
moet zodanig zijn, dat de scheidsrechters directkunnen zien wie de Libero is.
� Er moet een
duidelijk kleurenverschil zijn.
4.3
19.319.3.119.3.1.119.3.1.219.3.1.319.3.1.4ACTIES WAARBIJ EEN LIBERO BETROKKEN ISHet spelen:de Libero mag iedere speler in het achterveld vervangende Libero mag enkel als achterspeler optreden en heeft niet hetrecht om een voltooide aanvalsslag uit te voeren vanuit welkepositie dan ook (zowel speelveld als vrije zone), als op hetmoment van het raken van de bal, deze geheel boven denetrand is.de Libero mag niet serveren, blokkeren of een blokpogingondernemenals een Libero de bal bovenhands speelt in de voorzone of inhet verlengde daarvan, mag de bal niet aangevallen worden,indien deze volledig hoger dan de netrand is. Indien de Liberohetzelfde doet vanuit een positie achter de voorzone (of hetverlengde daarvan), mag op deze bal normaal aangevallenworden.
7.4.1.213.2.2,13.2.313.3.512, 14.1,14.6.2, 14.6.613.3.6september 2005 Pagina 59 van 86
Regel zie ook:19.3.219.3.2.119.3.2.219.3.2.319.3.2.4
Commentaar.
� Een spelactie,
nadat de Libero de bal gespeeld heeft,kan fout zijn, afhankelijk van hoe (bovenhands) en waar (in devoorzone of verlengde daarvan �n geheel boven nethoogte) deLibero de bal speelt. Maar ook afhankelijk van waar (volledigboven nethoogte) de volgende speler de bal raakt.
� De
positie/plaats van de voeten is bepalend, niet de bal !(analoog aan regel 13.2.2)
� De 1e
scheidsrechter moet fluiten voor
verbodenaanvalsslag en de aanvaller aanwijzen (teken 21).
Vervangen van spelers:vervangen van spelers waarbij een Libero betrokken is, wordtniet geteld als een reguliere spelerswissel.Het aantal vervangingen is onbeperkt maar er moet minstens��n rally tussen elke twee vervangingen met een Liberohebben plaatsgevonden.De Libero kan enkel weer vervangen worden door de spelerdie hij vervangen heeft.
Commentaar:
� Als de Libero
is vervangen, moet hij tenminste ��n rallywachten, voordat hij weer een speler mag vervangen.
de vervanging mag enkel plaatsvinden als de bal uit het spelis en v��r het fluitsignaal om te serveren.Aan het begin van iedere set mag de Libero het veld pasbetreden als de tweede scheidsrechter de beginopstelling heeftgecontroleerd.een vervanging na het fluitsignaal om te serveren maar voor deuitvoering van de service moet niet worden afgewezen, maarmoet leiden tot een mondelinge waarschuwing, na afloop vande rally.De volgende te late wisselingen moeten worden bestraft meteen maatregel wegens spelophoudende Libero en de vervangende speler dienen altijd het veld tebetreden en te verlaten via de zijlijn aan de zijde van hunspelersbank tussen de aanvalslijn en de achterlijn.
Commentaar:
� Indien de
Libero dit niet doet, dient de scheidsrechter deaanvoerder bij zich te roepen en hem te vertellen hoe e.e.a. welmoet geschieden, omdat er anders een maatregel voorspelophouden opgelegd moet worden.Deze verbale waarschuwing dient ook plaats te vinden als er inde wedstrijd al een maatregel voor spelophouden voor eenander feit is opgelegd
� Een Libero
bevindt zich �f in de warming-up zone �f zit op despelersbank (rekening houden met een eventuele opening in derij reclameborden).
� Indien een
coach de speler (voor wie de Libero op datmoment in het veld staat) wil wisselen, dan dient de in tewisselen speler met het wisselbordje (van de te wisselen speler)zich te melden, nadat de coach de wissel heeft aangevraagd inde reguliere wisselzone, en dient de wissel volgens de daarvoorgeldende procedure te worden uitgevoerd. De Libero dientvooraf via de achterzone het veld te hebben verlaten, zodateen normale wissel kan plaatsvinden.
� Het aantal
vervangingen is onbeperkt. De Libero kanslechts weer vervangen worden door de speler die hijverving.
� De Libero dient
altijd het veld te betreden en te verlaten via de
15.512.37.3.2, 12.112.3, 12.416.2T 1bseptember 2005 Pagina 60 van 86
Regel zie ook:19.3.319.3.3.119.3.3.2
zijlijn van de achterzone aan de zijde van de spelersbank.
Het aanwijzen van een nieuwe Libero.Met toestemming van de eerste scheidsrechter kan, in gevaldat de aangewezen Libero geblesseerd raakt, de coach of deaanvoerder in het veld een nieuwe Libero aanwijzen. Dezenieuwe Libero mag iedere andere geregistreerde speler zijn, dieniet in het veld staat op het moment van de nieuwe aanwijzing.De geblesseerde Libero mag gedurende de rest van dewedstrijd niet meer terugkeren in het veld.De nieuw aangewezen Libero mag, gedurende de rest van diewedstrijd, enkel nog als Libero fungeren.
Commentaar:
� Indien er
zonder coach gespeeld wordt, kan de aanvoerder inhet veld een nieuwe Libero aanwijzen
� De nieuw
aangewezen Libero moet ook een tenue met anderehoofdkleur of kleurontwerp dragen dan dat van de overigespelers. Een hesje met een andere kleur mag ook. Beter is hetals de ploegen altijd twee kleuren shirts bij zich hebben.
� De eerste
scheidsrechter mag nooit weigeren een geblesseerdeLibero te vervangen. Elke speler op de spelersbank kan Liberoworden. Dit kan zelfs een "onreglementaire wissel"
zijn.
� Een Libero die
op de spelersbank zit, kan geen deel uitmakenvan een "uitzonderlijke spelerswissel".
Het nummer van de nieuw aangewezen Libero moet vermeldworden op het wedstrijdformulier in de kolom �opmerkingen�
7.3.2,19.1.2september 2005 Pagina 61 van 86
Hoofdstuk 7 GEDRAG VAN DE DEELNEMERS
Regel zie ook:
20 VOORSCHRIFTEN VOOR HET GEDRAG
Commentaar:
� De vereniging
is verantwoordelijk voor de goede gang vanzaken bij thuiswedstrijden. In geval van wangedrag door niet-NeVoBo-leden wordt de vereniging verantwoordelijk gesteld.Dit kan leiden tot strafvervolging tegen de vereniging.
20.120.1.120.1.220.1.3SPORTIEF GEDRAGDe deelnemers moeten de "Offici�le spelregels
Volleybal"kennen en ze strikt nakomen.De deelnemers moeten de beslissingen van de scheidsrechterssportief aanvaarden, zonder daarover in discussie te gaan.In geval van twijfel mag alleen via de aanvoerder in het veldopheldering worden gevraagd.De deelnemers moeten zich onthouden van handelingen engedragingen die tot doel hebben de beslissingen van descheidsrechters te be�nvloeden of fouten van hun ploeg teverbergen.
Commentaar.
� Bij
overtreding: er op wijzen dat het niet mag, er is nog geenstrafbaar feit. Bij herhaling zou, als de scheidsrechter er
zwaaraan tilt, regel 21.2.1 (minachting van de scheidsrechter) kunnenworden gehanteerd.
5.1.2.1
20.220.2.120.2.2FAIR PLAYDe deelnemers moeten zich respectvol �n in de geest van
"fairplay" gedragen, niet alleen jegens de scheidsrechters, maarook jegens andere officials, de tegenpartij, ploeggenoten entoeschouwers.
Commentaar.
� Op grond van
deze regel kan hinderlijk op de grond stampen ophet moment dat een tegenstander zal gaan spelen met het(kennelijke) doel hem aan het schrikken te brengen, wordenbestraft conform regel 21.1 of regel 21.2.
Gedurende de wedstrijd is communicatie tussen de leden vande ploeg toegestaan.
5.2.3.4
21 WANGEDRAG EN BIJBEHORENDE MAATREGELEN
21.1 MISDRAGINGENMisdragingen zijn niet onderhevig aan maatregelen.Het is de taak van de eerste scheidsrechter te voorkomen dater aan de ploegen maatregelen moeten worden opgelegd. Ditdoet hij door het geven van een waarschuwing (mondeling ofdoor een teken met de hand) aan een individuele speler van deploeg of aan de gehele ploeg via de aanvoerder.Deze waarschuwing is geen straf en heeft geen onmiddellijkegevolgen. Deze waarschuwing wordt niet genoteerd op het
5.1.2, 21.3september 2005 Pagina 62 van 86
Regel zie ook:wedstrijdformulier.21.221.2.121.2.221.2.3WANGEDRAG DAT LEIDT TOT MAATREGELENIncorrect gedrag door een lid van een ploeg jegens officials,tegenstanders, ploeggenoten of toeschouwers wordt,afhankelijk van de ernst ervan, in drie groepen onderverdeeld:onbehoorlijk gedrag: handelingen tegen de goedemanieren of tegen de morele beginselen of blijk geven vanminachting.beledigend gedrag: lasterlijke en beledigende woorden en/ of gebaren.agressief gedrag: lichamelijk aanval of doelbewuste agressie.
Commentaar.
� De maatregelen
gelden per wedstrijd.
� Een berisping
of vermaning geven kan zeker wel om emotioneelgedrag, in de vuur van het spel, tegen zichzelf geuit, te
bedaren.Echter provocerend gedrag, doelbewust geuit om een ander tekwetsen, moet meteen worden aangepakt.
� Wanneer een
coach of andere bankzitters een rode kaartkrijgen, mogen zij hun functie niet meer uitoefenen en dienen
zijin de strafruimte plaats te nemen. Bij een spelonderbrekingmogen zij geen contact hebben met de veld- en wisselspelers
4.1.1
21.321.3.121.3.221.3.2.121.3.2.221.3.2.3TABEL VAN MAATREGELENTer beoordeling van de eerste scheidsrechter en afhankelijkvan de ernst van het wangedrag, worden de volgendemaatregelen toegepast en genoteerd op het wedstrijdformulier:BESTRAFFINGVoor de eerste maal vaststellen van onbehoorlijk gedrag in dewedstrijd door een lid van de ploeg, wordt bestraft als bij hetverlies van de rally.
Commentaar.
� Leidt een
bestraffing tot het toekennen van een punt aan detegenpartij, dan moet dit punt op het wedstrijdformulier wordenomcirkeld. Dit maakt het mogelijk om, zo nodig, achteraf tecontroleren of inderdaad een punt werd toegekend en bij welkestand.Zie ook: 6.3.1
UIT HET VELD STURENEen lid van een ploeg dat wordt bestraft met uit het veld
sturen,mag de rest van die set niet spelen en moet plaatsnemen in destrafruimte achter de spelersbanken zonder verdere gevolgen.Een uit het veld gestuurde coach verliest in die set het recht
alscoach op te treden en moet plaatsnemen in de strafruimteachter de spelersbanken.
Commentaar.
� Indien de
assistent-coach zich voor de wedstrijd heeftgelegitimeerd, dan kan hij de taken van de coach overnemen.(zie hiervoor ook het commentaar bij regel 5.3.2)
Een eerste vorm van beledigend gedrag door een lid van deploeg wordt bestraft met uit het veld sturen voor die set zonderverdere gevolgen;Het voor de tweede maal vaststellen van onbehoorlijk gedragdoor hetzelfde lid van de ploeg tijdens dezelfde wedstrijd wordt
T 921.2,25.2.2.6T 11 (6)4.1.1,21.2.1T 11 (7)1.4.5, 4.1.1,5.2.1, 5.3.2T 1b en T 1b4.1.1,21.2.24.1.1,21.2.1september 2005 Pagina 63 van 86
Regel zie ook:21.3.321.3.3.121.3.3.221.3.3.321.3.3.4bestraft met uit het veld sturen, zonder verdere gevolgen.DISKWALIFICATIE (uitsluiting voor de rest van de wedstrijd).Het lid van de ploeg dat wordt bestraft met diskwalificatie moetde speelruimte en de directe ruimte bij en achter despelersbanken voor de rest van de wedstrijd verlaten, zonderverdere gevolgen.Elke vorm van agressief gedrag wordt bestraft metdiskwalificatie, zonder verdere gevolgen.Een tweede maal vaststellen van beledigend gedrag doorhetzelfde lid van de ploeg in dezelfde wedstrijd wordt bestraftmet diskwalificatie, zonder verdere gevolgen.Het voor de derde maal vaststellen van onbehoorlijk gedragdoor hetzelfde lid van de ploeg tijdens dezelfde wedstrijd wordtbestraft met diskwalificatie, zonder verdere gevolgen.
T 11 (8)4.1.1T 1a21.2.34.1.1, 21.2.24.1.1, 21.2.1
21.421.4.121.4.221.4.3TOEPASSING VAN MAATREGELEN BIJ WANGEDRAGAlle strafmaatregelen zijn individuele maatregelen, geldendvoor de hele wedstrijd en worden genoteerd op hetwedstrijdformulier.Herhaling van wangedrag door hetzelfde lid van de ploeg indezelfde wedstrijd wordt progressief bestraft. (Iedere volgendeactie heeft een zwaardere straf voor de overtreder ten gevolge.)Uit het veld sturen of diskwalificatie vanwege beledigendgedrag of agressie behoeft geen voorafgaande maatregel.
21.325.2.2.64.1.1, 21.2,21.3T 921.2, 21.3
21.5 WANGEDRAG VOOR EN TUSSEN DE SETSElk wangedrag v��r of tussen de sets wordt bestraftovereenkomstig regel 21.3. De maatregelen worden in devolgende set toegepast.
Commentaar.
� Indien na de
wedstrijd nog wangedrag plaatsvindt, dan moet descheidsrechter dat apart noteren. De Strafvervolgingscommissiebeslist aan de hand van dit rapport of het wangedrag in directerelatie stond met de wedstrijd en dienovereenkomstig behandeldmoet worden.
� De maatregelen
naar aanleiding van wangedrag voor of tussende sets worden bij het begin van de eerstvolgende settoegepast. In geval van een bestraffing (gele kaart) is de gangvan zaken dan als volgt:Een bestraffing in het kader van het rally-punt-systeem leidtautomatisch tot het verlies van de eerste rally door de
gestrafteploeg. Dit houdt in dat de tegenpartij altijd met de score 1-0
enmet de eerste opslag begint, ongeacht de bij de toss uit de busgekomen keuzes ! Toch blijven deze toss en het daarna kiezenvan de mogelijkheden van belang, ook als de bestraffing reedsvoor de toss wordt gegeven. De toss en de daarna uitgesprokenkeuzes bepalen immers of de niet gestrafte ploeg al dan nieteerst een plaats moet doordraaien, alvorens de eerste opslag temogen nemen, alsmede op welk veld beide ploegen voor deaanvang van de set moeten aantreden.
� Bij wangedrag
tussen de sets in toont de eerste scheidsrechterbij aanvang van de volgende set de betreffende kaart en pastdan de maatregel en eventuele gevolgen toe.
18.1,21.2, 21.3september 2005 Pagina 64 van 86
Regel zie ook:21.6 KAARTGEBRUIK BIJ MAATREGELEN
� Waarschuwing:mondeling of middels een handgebaar; geen kaartgebruiken geen vermelding op het wedstrijdformulier (m.u.v.waarschuwing wegens spelophouden � regel 16.2.1.2)
� Bestraffing: GELE
kaart
� Uit het veld
sturen: RODE kaart
� Diskwalificatie:
GELE en RODE kaart samen in��n hand
T 11 (6, 7, 8)21.121.3.121.3.221.3.3september 2005 Pagina 65 van 86
DEEL 2 DE SCHEIDSRECHTERS
Hun verantwoordelijkheden en offici�le tekens
Regel zie ook:
22 SCHEIDSRECHTERSCORPS EN PROCEDURES
22.1 SAMENSTELLINGHet scheidsrechterskorps bestaat bij een wedstrijd uit devolgende officials:- de eerste scheidsrechter;- de tweede scheidsrechter;- de teller;- vier (twee) lijnrechters.Hun plaats wordt in tekening 10 aangegeven.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVB
is eenassistent-teller verplicht.
Commentaar.
� Als door enige
omstandigheid geen tweede scheidsrechter en /of lijnrechters aanwezig is / zijn, kan de wedstrijd tochrechtsgeldig doorgang vinden.
23242527
22.222.2.122.2.1.122.2.1.222.2.222.2.322.2.3.1PROCEDURESAlleen de eerste en de tweede scheidsrechter mogen tijdensde wedstrijd fluiten:De eerste scheidsrechter fluit voor de opslag en geeftgelijktijdig het teken voor de opslag, waarmee de rally begint.De eerste en tweede scheidsrechter fluiten voor het eind van derally indien zij er zeker van zijn dat er een fout is gemaakt en
zijde aard hiervan hebben vastgesteld.
Commentaar.
� Fluiten beide
scheidsrechters gelijktijdig of vlak na elkaar voorverschillende fouten, dan beoordeelt de 1e scheidsrechter, zomogelijk, welke fout het eerst werd gemaakt en bestraft die
fout.Hij beslist dus welk fluitsignaal telt, dan wel of hij
dubbelfout zalgeven.
Zij mogen, als het spel is onderbroken, fluiten om aan te gevendat zij een verzoek van een ploeg inwilligen of afwijzen.
Commentaar.
� Zie regel
15.2.1 (kenbaar maken toestemming tot eenspelonderbreking).
Direct nadat de scheidsrechter fluit om het eind van de rallyaan te geven, moet hij door middel van de offici�le tekensaangeven:De eerste scheidsrechter:a de ploeg die gaat serveren;b de aard van de fout;c (zonodig) de speler die de fout maakte.De tweede scheidsrechter volgt de eerste scheidsrechter doorzijn tekens te herhalen.
6.1.3, 12.35.1.2, 8.222.2.1.2,28.1T 11 (2)12.2.2september 2005 Pagina 66 van 86
Regel zie ook:22.2.3.222.2.3.3De tweede scheidsrechter:a de aard van de foutb (zonodig) de speler die de fout maaktec de eerste scheidsrechter volgen met het aanwijzen vande kant van de ploeg die gaat serveren.In dit geval geeft de eerste scheidsrechter alleen de ploeg aandie gaat serveren; de eerste scheidsrechter geeft niet de aardvan de fout aan en wijst ook niet de betreffende speler aan.Bij een dubbelfout dienen beide scheidsrechters dehandsignalen als volgt te geven:a de aard van de foutb (zonodig) de speler(s) die de fout maakte(n)c de ploeg die gaat serveren, zoals aangegeven door deeerste scheidsrechter.
23 EERSTE SCHEIDSRECHTER
23.1 PLAATSDe eerste scheidsrechter vervult zijn taken zittend of staand opeen stoel / platform die / dat bij ��n van de uiteinden van
hetnet is geplaatst. De ooghoogte moet ongeveer 50 cm boven debovenkant van het net zijn.
T 1a en T 1bT 10
23.223.2.123.2.223.2.323.2.4BEVOEGDHEDENDe eerste scheidsrechter leidt het spel van begin tot aan heteinde. Hij staat boven alle officials en de leden van de
ploegen.Tijdens de wedstrijd zijn de beslissingen van de eerstescheidsrechter onherroepelijk. Hij is bevoegd de beslissingenvan de andere officials ongeldig te verklaren als hij meent datzij zich hebben vergist.De eerste scheidsrechter mag zelfs een official, die zijn takenniet naar behoren verricht, vervangen.De eerste scheidsrechter houdt eveneens toezicht op het werkvan de ballenjongens en de dweilers.De eerste scheidsrechter heeft het recht over alle zakenbetreffende het spel te beslissen, met inbegrip van die zakenwaarin de spelregels niet voorzien.
Commentaar.
� Als blijkt dat
in een eerder stadium van het spel een puntabusievelijk niet of teveel op het wedstrijdformulier isaangetekend, of dat een fout in de invulling van het formulierniet is opgemerkt enz., kan de scheidsrechter dit alsnog (doen)herstellen, maar alleen als het een voorval in de lopende setbetreft.
De eerste scheidsrechter staat geen enkele discussie over zijnbeslissingen toe.Op verzoek van de aanvoerder in het veld geeft hij echter uitlegover de toepassing en interpretatie van de spelregels op grondwaarvan hij zijn beslissing heeft genomen.Als de aanvoerder in het veld, na direct kenbaar te hebbengemaakt het met de uitleg oneens te zijn, zich het recht heeftvoorbehouden aan het eind van de wedstrijd over het voorvaleen officieel protest in te dienen, moet de eerste
scheidsrechterdat goedkeuren.
4.1.1, 6.33.320.1.25.1.2.15.1.2.15.1.3.225.2.3.2september 2005 Pagina 67 van 86
Regel zie ook:23.2.5 De eerste scheidsrechter beslist voor en tijdens de
wedstrijd ofde speelruimte, de uitrusting en de omstandigheden aan devoorschriften voldoen.
hoofdstuk 1
23.323.3.123.3.1.123.3.1.223.3.1.323.3.223.3.2.123.3.2.223.3.2.323.3.3VERANTWOORDELIJKHEDENV��r de wedstrijd moet de eerste scheidsrechter:de toestand van de speelruimte, de ballen en de overigevoorzieningen controleren;in aanwezigheid van de offici�le aanvoerders de tossverrichten;het inspelen van de ploegen controleren.
Commentaar.
� Alleen
voorafgaande aan de 1e set
geeft de eerstescheidsrechter het fluitsignaal waarop beide ploegen het veldbetreden als er g��n sprake is van een protocol waar de 6basisspelers + Libero door de speaker worden voorgesteld ende spelers direct de speelvloer betreden.
� De
scheidsrechter beslist met welke bal(len) (in het algemeenbeschikbaar gesteld door de ontvangende ploeg) zal wordengespeeld. Hij mag bij de keuze van de bal(len) de mening vande beide aanvoerders vragen.
Tijdens de wedstrijd is alleen de eerste scheidsrechterbevoegd:waarschuwingen te geven aan de ploegenop te treden tegen wangedrag en spelophouden;
Commentaar.
� In geval van
onbehoorlijk gedrag of een ernstige vorm vanwangedrag tijdens een rally moet de scheidsrechter directfluiten, dubbelfout geven en de betreffende maatregel door hettonen van de kaart(en) kenbaar maken.
te beslissen met betrekking tot:a opslagfouten en opstellingsfouten van de ploeg aanopslag, met inbegrip van schermen;b fouten bij het spelen van de bal;c fouten boven het net en aan de bovenkant daarvan;d de aanvalsfout van de achterspelers en de aanvalsslagvan de Libero;e een aanvalsslag van een speler als de bal komt van eenbovenhands gespeelde bal door de Libero vanuit devoorzone of het verlengde ervan;f de bal die onder het net door gaat.
Commentaar.
� Komt een eerste
scheidsrechter direct na een rally tot deconclusie een foute beslissing te hebben genomen, dan moet hijdeze beslissing herroepen. Blijkt er een andere fout te zijngemaakt dan hij aanvankelijk dacht, dan moet hij die fout alsnogbestraffen als ware deze fout op het moment van maken ervangeconstateerd. Blijkt er geen fout te zijn gemaakt of is nietduidelijk welke fout is gemaakt, dan moet dubbelfout wordengegeven.
Aan het einde van de wedstrijd controleert en ondertekent hijhet wedstrijdformulier.
hoofdstuk 17.17.221.116.2, 21.27.4, 12.4,12.5, 12.7.19.311.4.1, 11.4.413.3.3, 13.3.513.3.68.4.525.2.3.3september 2005 Pagina 68 van 86
Regel zie ook:
24 TWEEDE SCHEIDSRECHTER
24.1 PLAATSDe tweede scheidsrechter vervult zijn taken staand buiten hetspeelveld nabij de paal aan de andere kant van het veld,tegenover de eerste scheidsrechter.
T 1a en T 1bT 10
24.224.2.124.2.224.2.324.2.424.2.524.2.624.2.724.2.824.2.9BEVOEGDHEDENDe tweede scheidsrechter assisteert de eerste scheidsrechtermaar heeft ook een eigen bevoegdheid.Als de eerste scheidsrechter niet meer in staat is zijn werk tedoen, mag de tweede scheidsrechter hem vervangen.De tweede scheidsrechter mag zonder te fluiten ook foutenaangeven die niet binnen zijn directe verantwoordelijkheidvallen. Hij mag hierbij echter bij de eerste scheidsrechter nietaandringen.De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het werk van deteller(s).De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het gedrag van deleden van de ploegen die op de spelersbank zitten en vestigtde aandacht van de eerste scheidsrechter op eventueelwangedrag.De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het gedrag van despelers in de opwarmruimte.De tweede scheidsrechter staat de spelonderbrekingen toe,controleert de tijdsduur daarvan en wijst onjuiste verzoeken af.De tweede scheidsrechter controleert het aantal gebruiktetime-outs en spelerswissels van beide ploegen en licht, als hetde tweede time-out of de vijfde en zesde spelerswissel betreft,de eerste scheidsrechter en de betreffende coach hierover in.
Commentaar.
� In deze regel
gaat het om het aantal door de ploeg gebruiktetime-outs en spelerswissels. Of voor ��n of meer spelerspersoonlijk de wisselmogelijkheden al of niet zijn uitgeput, is
hierniet aan de orde. De tweede scheidsrechter mag en zal devraag van een aanvoerder of coach of een bepaalde wissel nogmogelijk is wel beantwoorden. Hij hoeft echter niet eigenerbeweging te waarschuwen dat in de lopende set bepaaldespelers, binnen regels 15.6.2 & 15.6.3, niet meer tegen
elkaarmogen worden gewisseld.
� Indien er geen
coach aanwezig is, dient voornoemde informatiedoor de eerste scheidsrechter doorgegeven te worden aan deaanvoerder in het veld.
Als een speler geblesseerd raakt, staat de tweedescheidsrechter een uitzonderlijke spelerswissel of drieminuten tijd voor herstel toe.De tweede scheidsrechter controleert de toestand van de vloer,hoofdzakelijk in de voorzone. Hij controleert tijdens dewedstrijd eveneens of de ballen nog aan de reglementaire
24.324.325.24.2.14.2.315, 15.11,25.2.2.315.1,25.2.2.315.7, 17.1.21.2.1,3september 2005 Pagina 69 van 86
Regel zie ook:24.2.10voorwaarden voldoen.
Commentaar.
� Het dweilen
komt in de spelregels niet voor. De tweedescheidsrechter moet wel steeds de toestand van de vloer, vooralde voorzone, controleren. Ziet hij een gevaarlijke toestand,
bijv.een natte plek, dan moet hij ingrijpen en zo nodig laten
dweilen.Meestal zullen de spelers kleine natte plekjes echter zelf sneldroog moeten maken zonder dat dit tot vertraging in het spelleidt.
De tweede scheidsrechter houdt toezicht op de leden van deploeg die zich in de strafruimte bevinden en meldt hunmisdragingen / wangedrag bij de eerste scheidsrechter.
1.4.5,21.3.2
24.324.3.124.3.224.3.2.124.3.2.224.3.2.324.3.2.424.3.2.524.3.2.624.3.2.724.3.3VERANTWOORDELIJKHEDENBij het begin van iedere set, na het wisselen van speelveld inde beslissende set en wanneer dat overigens nodig is,controleert de tweede scheidsrechter of de spelers inderdaadovereenkomstig de opstellingsbriefjes in het veld staan.
Commentaar.
� Constateert de
tweede scheidsrechter bij controle van deopstellingen voor aanvang van een set en na veldwisseling in debeslissende set dat de spelers niet overeenkomstig deopstellingsbriefjes in het veld staan, dan moet hij hieropattenderen en de betrokkenen de gelegenheid geven zich welovereenkomstig de opstellingsbriefjes op te stellen. In alleandere gevallen mag een scheidsrechter die een opstellingsfoutziet ontstaan de betreffende ploeg niet waarschuwen, ook nietin het geval van abusievelijk wel of niet doordraaien van de aanopslag zijnde ploeg (regel 7.4).
� Zie regel 7.6
(verantwoordelijkheid voor de juiste opstelling).
De tweede scheidsrechter beslist, waarbij hij fluit en hetdesbetreffende teken geeft, tijdens de wedstrijd over:het aanraken van het veld van de tegenpartij en het onder hetnet door in de ruimte van de tegenpartij komen;opstellingsfouten van de ploeg die de opslag ontvangt;
Commentaar.
� Indien een
tweede scheidsrechter voor een opstellingsfout fluit,dient hij direct het desbetreffende teken te geven en daarnabeide spelers aan te wijzen die de opstellingsfout maakten envervolgens (na de eerste scheidsrechter) de kant aan te wijzenwaar de opslag naar toe gaat.
het door een speler foutief aanraken van het onderste gedeeltevan het net en de antenne aan zijn kant van het veld dooriedere speler die de bal speelt of probeert te spelen;fouten van de achterspelers bij het blokkeren en eenblokpoging van de Libero;het contact van de bal met een vreemd voorwerp;het contact van de bal met de vloer, als de eerstescheidsrechter niet in staat is dit contact te zien;de bal die, aan zijn kant van het speelveld, geheel ofgedeeltelijk buiten de passeerruimte over het net in derichting van de tegenstander gaat of de antenne raakt.Aan het einde van de wedstrijd ondertekent hij hetwedstrijdformulier.
5.2.3.1,7.3.2, 7.3.518.2.211.27.511.3.114.6.2,14.6.68.4.2, 8.4.3, 8.4.48.38.4.3, 8.4.425.2.3.3september 2005 Pagina 70 van 86
Regel zie ook:
25 DE TELLER
25.1 PLAATSDe teller vervult zijn taken zittend aan de tellerstafel, aan deandere kant van het net, tegenover de eerste scheidsrechter.
T 1a en T 1bT 10
25.225.2.125.2.1.125.2.1.225.2.225.2.2.125.2.2.2VERANTWOORDELIJKHEDENDe teller houdt het wedstrijdformulier overeenkomstig devoorschriften bij. Hij werkt hierbij samen met de tweedescheidsrechter.
Met behulp van een zoemer of een ander geluidssignaal geeft hijop grond van zijn verantwoordelijkheden tekens aan descheidsrechters.
Commentaar.
� In de
eredivisie is het gebruik van een zoemer verplicht gesteld;in de overige divisies en klassen geeft de teller een signaal
metzijn handen.
De teller noteert voor het begin van de wedstrijd en elke set:overeenkomstig de reglementaire voorschriften de gegevensvan de wedstrijd en van de ploegen, naam en nummer van deLibero en laat de aanvoerders en coaches tekenen;
Commentaar:
� De coach of de
aanvoerder blijft verantwoordelijk voor hetgeven van de juiste informatie middels het opstellingsbriefje
vande eerste set.
� De teller is
verantwoordelijk voor het juist overnemen van deinformatie (van het opstellingsbriefje van de eerste set) op hetwedstrijdformulier.
de beginopstelling van iedere ploeg vanaf deopstellingsbriefjes. Als hij de opstellingsbriefjes niet tijdigontvangt, meldt hij dit direct aan tweede scheidsrechter.De teller moet tijdens de wedstrijd:de door elke ploeg gemaakte punten noteren;
Commentaar:
� In de
Nederlandse competitie is er geen assistent-telleraanwezig en moet de teller er ook voor zorgen dat hetscorebord de juiste stand aan geeft (zie ook regel 26.2.2.5).
� Als het
scorebord en het wedstrijdformulier eenverschillende stand aangeven is de oorzaak vaak snelduidelijk: de teller of de scorebordbediener heeft even niet
goedopgelet. De fout kan dan direct hersteld worden en het spelwordt snel hervat. Een enkele maal is de oorzaak echter niet zosnel duidelijk. De teller en de (tweede) scheidsrechter moetendus tezamen proberen te achterhalen waar en wanneer er eenfout is gemaakt. Het kan zijn dat zij de mening van de beideaanvoerders over het scoreverloop hierin betrekken. Blijkt debron van het verschil in standaanwijzing niet te vinden, dan is
degenoteerde score op het wedstrijdformulier (het offici�lewedstrijddocument)doorslaggevend. De stand op het scorebordwordt dan daarmee in overeenstemming gebracht.
de opslagvolgorde van elke ploeg controleren en eventuelefouten direct na de opslag aan de scheidsrechters melden;
Commentaar:
� Duidelijk is
aangegeven dat de teller een fout in deopslagvolgorde van een ploeg direct na de opslag moetmelden. Dus niet voordat er is opgeslagen.
4.1, 5.1.1, 5.2.2,7.3.2, 19.1.2,19.3.3.25.2.3.1,7.3.26.112.2september 2005 Pagina 71 van 86
Regel zie ook:25.2.2.325.2.2.425.2.2.525.2.2.625.2.2.725.2.325.2.3.125.2.3.225.2.3.3de time-outs en spelerswissels noteren, het aantal en denummers van de spelers hiervan controleren en de tweedescheidsrechter hierover inlichten;aan de scheidsrechter melden als een aanvraag voorspelonderbreking onjuist is;de scheidsrechters er op attenderen als een set is afgelopen,het begin en einde aangeven van een technische time-out enals er in de beslissende set 8 punten zijn behaald;maatregelen noteren;
Commentaar:
� Zie regel
21.3.1 (omcirkelen punt naar aanleiding vaneen bestraffing)
noteren van alle gebeurtenissen, gemeld door de tweedescheidsrechter, zoals:
? uitzonderlijke
spelerswissels
? pauze voor herstel
bij een geblesseerde speler
? langdurende
spelonderbrekingen
? be�nvloedingen van
buitenafAan het einde van de wedstrijd moet de teller:de eindstand noteren;in geval van een protest, met voorafgaande toestemming vande eerste scheidsrechter, een verklaring met betrekking tothet voorgevallene op het wedstrijdformulier noteren of deoffici�le aanvoerder dit laten doen;
Commentaar:
� Zie regel 5.1.3
(verplichting tot het noteren van een protest)
na zelf het wedstrijdformulier te hebben getekend, de offici�leaanvoerders en vervolgens de scheidsrechters hetwedstrijdformulier laten tekenen.
15.1, 15.4.1.,24.2.6, 24.2.715.116.2, 15.4.1.,18.2.216.2, 21.315.7, 17.1.2,17.2, 17.36.35.1.2.1,5.1.3.2,23.2.45.1.3.2,23.3.3,24.3.3
26 ASSISTENT-TELLER
26.1 PLAATSDe assistent-teller vervult zijn taken zittend aan de
tellerstafelnaast de teller
22.1
26.226.2.126.2.1.126.2.1.226.2.226.2.2.126.2.2.226.2.2.326.2.2.426.2.2.526.2.2.6VERANTWOORDELIJKHEDENDe assistent-teller noteert de Libero vervangingen.Hij ondersteunt de administratieve taken van de teller.In het geval dat de teller niet in staat is zijn werk voort tezetten, neemt de assistent-teller de taken van de teller over.Voor het begin van de wedstrijd en elke set moet deassistent-teller:het Libero-formulier in orde maken;het reserve wedstrijdformulier in orde maken;Tijdens de wedstrijd moet de assistent-teller:de Libero-vervangingen noteren;eventuele fouten bij de Libero-vervangingen melden aan descheidsrechters;begin en einde van een technische time-out aangeven;het handscorebord bedienen;controleren of het scorebord de juiste stand aangeeft;indien noodzakelijk, het reserveformulier bijwerken en het aande teller geven.
19.319.3.1.119.3.2.115.4.125.2.2.125.2.1.1september 2005 Pagina 72 van 86
Regel zie ook:26.2.326.2.3.126.2.3.2Aan het einde van de wedstrijd moet de assistent-teller:het Libero-formulier ondertekenen en afgeven voor controleaan de scheidsrechters;wedstrijdformulier tekenen.
27 LIJNRECHTERS
27.1 PLAATSAls er slechts twee lijnrechters zijn, staan deze diagonaaltegenover elkaar, 1m tot 2m vanaf de hoeken van het veld,rechts van elk van de beide scheidsrechters.Iedere lijnrechter controleert hierbij zowel de achterlijn als
dezijlijn aan zijn kant van het veld.
Bij de wereldcompetities en offici�le competities van de FIVBmoeten er vier lijnrechters zijn. Zij staan in de vrije zone 1 -
3 m vaniedere hoek van het veld in het denkbeeldige verlengde van de
lijndie zij moeten controleren.
Commentaar.
� Bij het
serveren kan het zijn, dat de serveerder zich opsteltachter de lijnrechter. Ter beoordeling van de lijn en om de
spelerruimte te geven is het wenselijk om achter de speler te gaanstaan, desnoods achteruitlopend tot aan de rij reclameborden.
T 1a en T 1bT 10
27.227.2.127.2.1.127.2.1.227.2.1.327.2.1.427.2.1.527.2.1.627.2.1.727.2.2VERANTWOORDELIJKHEDENDe lijnrechters vervullen hun taken door het geven vantekens met een vlag van 40cm bij 40cm, zoals in tekening 12is aangegeven.
Commentaar:
� De vlaggen van
de lijnrechters moeten identiek zijn.
telkens als een bal nabij een lijn op de grond komt, geven zij�in� of �uit� aan. Dit geldt voor de eigen lijnen;als een bal �uit� gaat en door de ontvangende ploeg isaangeraakt, geven zij dit aan;als de bal een antenne raakt, bij de opslag buiten depasseerruimte over het net gaat, enz., geven zij dit aan;als een speler, niet zijnde de serveerder, bij de opslag buitenzijn speelveld staat / loopt, geven zij dit aan;de lijnrechters die verantwoordelijk zijn voor de achterlijnengeven voetfouten van de serveerder aan;als de speler de antenne (aan de kant van het speelveld waarde lijnrechter staat) aanraakt tijdens het spelen van de bal ofdoor het aanraken het spel be�nvloedt;als de bal, gespeeld in de richting van de tegenpartij, buitende passeerruimte over het net gaat of de antenne (aan de kantvan het speelveld waar de lijnrechter staat) raakt.Op verzoek van de eerste scheidsrechter moet een lijnrechterhet gegeven teken herhalen.
8.3, 8.48.4T 12 (3)8.4.3,8.4.47.4T 12 (4)12.4.311.3.1T 12 (4)10.1.1september 2005 Pagina 73 van 86
Regel zie ook:
28 OFFICI�LE TEKENS
28.1 TEKENS MET DE HAND GEGEVEN DOOR DESCHEIDSRECHTERSDe scheidsrechters moeten, door het met de hand geven vanhet offici�le teken, de reden van het fluiten aangeven (de aardvan de fout waarvoor is gefloten of de reden voor detoegestane spelonderbreking). Het teken moet gedurende eenogenblik aangehouden worden. Als het teken met ��n handwordt gegeven, gebeurt dit met de hand aan de zijde van deploeg die de fout maakte of de spelonderbreking aanvroeg.
T 11
28.2 TEKENS MET DE VLAG GEGEVEN DOOR DE LIJNRECHTERSDe lijnrechters moeten door middel van de vlag en het offici�leteken de aard van de gemaakte fout aangeven. Zij moeten hetteken gedurende enige ogenblikken aanhouden.
T 12
DEEL 4 WEDSTRIJDPROTOCOL
Dit protocol geldt voor wedstrijden in de Nationale Competitie
met uitzondering van de eredivisie.Het protocol voor de eredivisie is opgenomen in het Manual
Eredivisie
17 MINUTEN VOOR AANVANG
Scheidsrechters controleren het net.
16 MINUTEN VOOR AANVANG.
Toss.Na de toss tekenen de offici�le aanvoerders en de coaches het
wedstrijdformulier.
15 MINUTEN VOOR AANVANG
Start van warming-up aan het net.Als beide teams gelijk inslaan duurt deze warming-up 10 minuten.Bij apart inslaan heeft ieder team 5 minuten. Degene die als
eerste gaat serveren begint als eerstemet het inslaan.
5 MINUTEN VOOR AANVANG
Einde warming-up: spelers gaan naar hun bank.De spelers trekken eventueel het offici�le wedstrijdshirt aan.
4 MINUTEN VOOR AANVANG
De tweede scheidsrechter of de teller ontvangt van beide coaches
of aanvoerders deopstellingsbriefjes voor de eerste set. Op het
opstellingsbriefje van de eerste set moet ook hetnummer van de Libero vermeldt worden.
2 MINUTEN VOOR AANVANG
De scheidsrechters en lijnrechters gaan naar hun plaatsen.
1 MINUUT VOOR AANVANG
De eerste scheidsrechter fluit en de spelers komen via de
zijlijn het veld in.De tweede scheidsrechter controleert de basisopstelling van
beide teams. De tweede scheidsrechtergeeft vervolgens de wedstrijdbal aan de serveerder.
0:00 AANVANG VAN DE WEDSTRIJD
De eerste scheidsrechter fluit voor de eerste opslag.
NA AFLOOP VAN SET 1 T/M 4
Analoog aan regel 18.2.1 dienen na afloop van iedere set de
beide ploegen zich op te stellen op deachterlijn en op een teken van de eerste scheidsrechter wisselen
van speelhelft. Na het passeren vande netpaal gaan ze direct naar hun respectievelijke banken.De coaches of aanvoerders dienen zo mogelijk direct na afloop
van de voorafgaande set, doch inieder geval 2 minuten voor het begin van de volgende set, het
opstellingsbriefje in te leveren bij detweede scheidsrechter of teller. Na 2 � minuut komen de
ploegen, op teken van de tweedescheidsrechter, weer het veld in.
5e SET
Indien er na afloop van de 4e
set een 5e
set volgt, dan gaan de zes spelers van elke
ploeg naar deachterlijn en op signaal van de eerste scheidsrechter gaan ze
direct naar hun bank.Hierbij wordt dus nog niet van veld gewisseld.De offici�le aanvoerders gaan naar de tellertafel. De eerste
scheidsrechter voert, in het bijzijn van detweede scheidsrechter de toss uit. Ook nu leveren de beide
coaches of aanvoerders weer op tijd hetopstellingsbriefje in bij de tweede scheidsrechter of teller.Na 2 � minuut fluit de tweede scheidsrechter dat de twee
ploegen weer de speelvloer kunnenbetreden. Hij controleert de opstelling en geeft de bal aan de
serveerder.september 2005 Pagina 85 van 86Als ��n van de ploegen, in de vijfde set, de stand van 8
punten heeft bereikt dan dienen beideploegen zich eerst op te stellen op de achterlijn en op teken
van de eerste scheidsrechter wisselen zevan speelhelft. Na het passeren van de netpaal nemen ze gelijk
hun positie op het veld weer in. Detweede scheidsrechter en de teller controleren aan de hand van
het opstellingsbriefje respectievelijkhet wedstrijdformulier de opstelling.Aan het einde van de wedstrijd gaan beide ploegen naar hun
respectievelijke achterlijn en gaan opteken van de eerste scheidsrechter naar het net op de andere
ploeg de hand te schudden. Hiernagaan zij naar hun spelersbanken.De beide scheidsrechters gaan naar de tellertafel om het
wedstrijdformulier administratief af te sluiten.Deze afsluiting geschiedt nadat de beide offici�le aanvoerders
en de teller het wedstrijdformulierhebben ondertekend.

